Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een der waarborgen voor de handhaving van de rechten der schuldeischers, alsmede in het belang eener vereenvoudigde administratie der schuld, is de instelling van het Grootboek.

Voor 1809 bestond geene instelling van dien aard in ons vaderland. Onder Koning Lodewijk Napoleon werd het eerste grootboek geopend bij de wet van 27 Januari 1809 ')• Na het herstel van Nederlands onafhankelijkheid werd deze inrichting gehandhaafd 2), en het grootboek bestemd ter inschrijving van de toen bestaande schuld :t). Ten gevolge van de leening a 5 % in 1832 werd daarvoor een tweede grootboek aangelegd 4), dat echter, na de conversie in 1844 van de 5 % leening in eene van 4 %, gesloten werd, terwijl een ander geopend werd voor de 4 % 5). In 1886 is echter de conversie gevolgd in eene 3»/2 % leening en een 3'/2 % grootboek ingesteld 8), dat echter bij de conversie in 1895 is overgegaan in een 8 % grootboek 7), waarop ook zijn ingeschreven de kapitalen afkomstig van het oorspronkelijke 3 % grootboek 8), aangelegd ten gevolge van de gedwongen leening van 1844, welk grootboek daarna is gesloten.

De administratie van de grootboeken der nationale schuld is te Amsterdam gevestigd, en sedert het jaar 1900 (K. B. 28 Mei, n°. 39) met die van het Agentschap van het Ministerie van Financiën onder één hoofd vereenigd. Het bureau is in twee afdeelingen gesplitst, nl. een voor de verificatie van de bewijzen van bevoegdheid tot ontvangst der renten enz., en een voor de in- en overschrijving der kapitalen.

1) Zie Mr. J. van de Poll, Verzameling van raderlandsche wetten en besluiten, blz. 431. — ,T. J. Wekveringh , Handl. tot de gesch. der staatsschulden, I. blz. 522. — Mr. S. Vissering , Hatulb. van practisch-e staathuishoudk. II. blz. 263.

2) /ie de wet van 14 Mei 1814 (Stbl. n°. 58) en verder de besluiten van den Souv. Vorst van 8, 12 en 22 Dec. 1814 (Stbl. n°. 111, 112 en 113), de wet van 14 .Tan. 1815 (Stbl. n°. 4) en het K. B. van 18 Mei 1818 (Stbl. li". 24) gew. 28 Mei 1819 (Stbl. n°. 35) en 25 Oct, 1855 (Stbl. n». 125).

3) liet was aanvankelijk in twee deelen gesplitst. ]iet eene voor de werkelijke, het andere voor de uitgestelde schuld. De grootboeken worden in duplo opgemaakt, waarvan een exemplaar onder de Rekenkamer berust. Zie de wet van 14 Januari 1815 (Stbl. n°. 4).

4) Wet 6 Jan. 1832 (Stbl. n». 9) uitv. K. B. 16 Maart 1832 (Stbl. n°. 10).

5) Wet 25 Juni 1844 (Stbl. n°. 28) uitv. K. B. 8 Juli 1844 (Stbl. n®. 35).

6) Wet 9 Mei 1886, (Stbl. n°. 102) uitv. K. B. 26 Mei 1886 (Stbl. n«. 106).

7) Wet 30 Dec. 1895 (Stbl. n». 236) uitv. K. B. 2 Jan. 1896 (Stbl. n«. 1).

8) Wet 6 Maart 1844 (Stbl. n°. 14) uitv. K 15. H Juli 1844 (Stbl. n°. 14).

10

Sluiten