Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Do ingevolge boven besproken wet van 27 Sept. 1892 (Stbl. n°. 223) ingestelde Raden van beroep zijn ook bevoegd kennis te nemen van beroep, ingesteld tegen beslissingen der commissies van aanslag op bij haar ingediende bezwaarschriften. Evenzoo wordt over een beroep ter zake van ontheffing in de door de wet voorziene gevallen door de Kroon, gehoord den Raad van State, geoordeeld.

De opbrengst dezer belasting is voor 1901 geraamd op /'6,020,000.

Wij vermelden hier nog de wet van 22 Mei 1845 (Stbl. n°. 22), bij welke wet de wijze van invordering der Rijks directe belastingen en de voorrang van 's Rijks schatkist te dier zake geregeld is. Behalve door een bepaling der wet van 15 Juli 1869 (Stbl. n°. 133), tot executoir-verklaring der kohieren en uitvaardiging der ordonnantiën van ontheffing enz., wegens 's Rijks directe belasting heeft deze wet eenige wijziging ondergaan bij de wet op de bedrijfsbelasting en die op de personeele belasting.

De invordering geschiedt krachtens door den provincialen inspecteur der directe belastingen executoir verklaarde kohieren. Wordt aan de uitnoodiging tot betaling vervat in het aanslagbiljet dooiden belastingschuldige ook na ontvangen waarschuwing en aanmaning niet voldaan, zoo geschiedt de invordering bij dwangbevel, medebrengende het recht van parate executie , dat is het recht om de roerende en onroerende goederen des schuldenaars zonder vonnis aan te tasten.

De tenuitvoerlegging daarvan kan niet worden geschorst, dan door een verzet met redenen bekleed aan den ontvanger beteekend, waarbij deze tevens voor den rechter van het arrondissement wordt gedagvaard. Het verzet kan, in zake directe belastingen, nimmer tegen de wettigheid of de hoegrootheid van den aanslag zijn gericht, noch gegrond zijn op de bewering, dat het aanslagbiljet, de waarschuwing of aanmaning niet ontvangen zijn. Alvorens tot de uitvaardiging van een dwangbevel over te gaan, kan de ontvanger trachten den nalatige te dwingen door inlegering van een krijgsman (zoogen. garnisaire). Bij invordering van bedrijfsbelasting is dit echter niet van toepassing, bij een herziening der wet van 1845 zal deze bepaling dan ook ongetwijfeld verdwijnen. De bepalingen der wet omtrent voorrang en vervolgingen strekken zich uit tot de opcenten en alle aangewende en verschuldigde kosten.

Sluiten