Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B. De acc ij nz e n.

Do accijnzen zijn eene belasting op middelen van verbruik.

Veel is over de meerdere of mindere doelmatigheid dezer belasting geschreven. Hare verdedigers gronden zich vooral daarop, dat zij door allen gedragen wordt en niet drukkend is. Hare bestrijders echter meenen — en, naar wij gelooven te recht — dat zij, aangezien zij, om eene belangrijke opbrengst te geven, op voorwerpen van algemeen verbruik moeten worden gelegd, de lagere klassen onevenredig zwaar belasten. Dit geldt voornamelijk van de accijnzen op het zout, het bier en het geslacht. Verder geven de accijnzen licht aanleiding tot smokkelhandel, waardoor een streng toezicht noodzakelijk wordt, tengevolge waarvan een groot personeel van

ambtenaren, zoo voor de inning als voor de grensbewaking wordt vereischt.

Op dit oogenblik worden zij geheven van 1°. de suiker; 2°. den wijn; 8». het binnen- en buitenlandsch gedistilleerd; -4°. het zout; 5 - de bieren en azijnen, 6°. het geslacht. Vroeger werden er nog accijnzen geheven op het gemaal, de brandstoffen en de zeep '), terwijl thans ook geene accijnzen meer op het varkens- en schapenvleesch drukken 2).

1) Zie de wetten tot afschaffing dier accijnzen van 13 Juli 1855 (Stbl. n°. 103), van 31 Dec. 1863 (Stbl. n° 220) en van 27 Sept. 1892 (Stbl. n°. 225). Bij de wet van 27 Sept. 1892 (Stbl. n°. 227) zijn de wettelijke bepalingen omtrent den accijns op het zout herzien en is deze accijns Mangrijk verlaagd.

-) De wijze van heffing van de invoerrechten en van de accijnsen is geregeld bij een algemeene wet (oorspronkelijk over de heffing der rechten van in-, uit- en doorvoer en van de accijnzen, alsmede van het tonnegeld dei zeeschepen), welke wet hoewel talrijke malen gewijzigd deze materie nog beheerscht. Zij dateert van 26 Augustus 1822 (Stbl. n°. 38) en is het laatst gewijzigd bij de wet van 20 April 1895 (Stbl. n°. 54), houdende nadere bepalingen omtrent de heffing van invoerrecht naar de waarde der goederen. Zie overigens de wetten van 31 Maart 1828 (Stbl. n°. 10), 4 April 1870 (Stbl. n°. 61), 22 Mei 1873 (Stbl. n». 67), 28 Dec. 1879 (Stbl. n». 250) en 7 Dec. 1896 (Stbl. n». 212).

De accijnzen zelve berusten op de navolgende wetten :

1. voor de miker, de wet van 29 Januari 1897 (Stbl. n». 63), waardoor de \ roegere regelingen zijn vervallen. Door de nieuwe regeling is een einde gemaakt aan de bedekte bescherming door suikerraffinadeurs en beetwortelsuikerfabrikanten tengevolge van de wijze van restitutie van accijns en invoerrecht genoten en wordt hun thans als vergoeding een openlijke doch

Sluiten