Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

DE STAATSZORG MET BETREKKING TOT HET RECHTSWEZEN.

Eene goede rechtsbedeeling mag in een wel ingerichten Staat niet ontbreken. Er kunnen geene waarborgen genoeg gegeven worden tegen willekeur, wanneer het leven en de bezittingen van personen daarbij betrokken zijn. De Staat zelf heeft er het grootste belang bij, omdat het welvaren en het geluk zijner leden er door bevorderd worden. Daarom schrijft de Grondwet voor, dat er wetboeken zullen zijn voor burgerlijk recht en koophandel, voor burgeilijk en militair strafrecht, en voor de wijze van procedeeren in burgerlijke zoowel als in strafzaken. Ook de inrichting deirechterlijke macht wordt aan de wet opgedragen »)•

Tengevolge van de wijziging die het desbetreffende artikel in 1887 heeft ondergaan, wordt nu de gevorderde codificatie niet meer gesplitst in zes met name genoemde wetboeken en is ook aan de wetgevende macht de bevoegdheid gegeven enkele onderwerpen afzonderlijk te regelen. Een oorspronkelijk tweede en derde lid van art. 146 der Grondwet van 1848 zijn vervallen: het tweede lid, dat aan de wet opdroeg het rechtsgebied over het krijgsvolk en de schutterijen te regelen, gedeeltelijk als overbodig, gedeeltelijk in verband met de opneming in het eerste lid van het woord militaii (strafrecht), het derde betreffende de rechtspraak in belastingzaken als overbodig.

In de Republiek der Vereenigde Nederlanden bestonden geen algemeene wetboeken. Het recht werd in iedere provincie en stad op verschillende wijzen uitgeoefend. Het werd gedeeltelijk door privilegiën , keuren en handvesten, gedeeltelijk door het Romeinsche, het kanonieke en het leenrecht beheerscht. Bovendien moest men dikwijls zjjne toevlucht nemen tot oude gewoonten en costumen. Dat een dergelijke toestand aanleiding gaf tot veel verwarring en moeilijkheden, behoeft geen betoog. Reeds in de laatste helft der

1) Art. 150. Het burgerlijk en handelsregt, het burgerlijk en militair strafregt, de regtspleging en de inrigting der regterlijke Magt worden bij de wet geregeld in algemeene wetboeken, behoudens de bevoegdheid der wetgevende Magt om enkele onderwerpen in afzonderlijke wetten te regelen.

Sluiten