Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ houdende voorziening aangaande de conflicten van attributien tusschen de administrative en regterlijke autoriteiten". Daarbij -werden de Gouverneurs der provinciën bevoegd verklaard, na Gedeputeerde Staten te hebben gehoord, eene resolutie te nemen, krachtens welke de behandeling eener bij de rechterlijke macht aanhangige zaak werd geschorst. De minister van Justitie zond dan, na het openbaar ministerie te hebben gehoord, een verslag aan den Koning. die uitspraak deed na raadpleging van den Raad van State. Deze regeling opende de deur voor administratieve willekeur, welke niet uitbleef, en zoowel in Zuid- als in Noord-Nederland weerzin wekte. Zij werd ingetrokken bij Kon. besluit van 20 Mei 1844 (Stbl. n°. 25).

Het tweede lid van artikel 150 der Grondwet van 1848 (thans art. 156) bedoelde herhaling te voorkomen. Aan dit voorschrift is echter geen uitvoering gegeven. De feitelijke toestand brengt mede, dat het van den rechter afhangt, of hij zich al dan niet bevoegd verklaart. Wel kan de gedaagde casu quo de exceptie van onbevoegdheid opwerpen, maar het uitvoerend gezag mist het recht zich tegen kennisneming van twistgedingen door den rechter te verzetten, wanneer het meent, dat de beslissing eener zaak niet aan hem, maar aan de administratie zelve toekomt. In de meer dan vijftig jaren gedurende welke het artikel heeft bestaan, heeft zich de behoefte aan een zoog. „hof van conflicten" nog niet doen gevoelen. Tot heden toe heeft men zich bij dezen toestand met volkomen rust kunnen neerleggen. Wel is een poging gedaan den feitelijken toestand door een wettelijke bepaling te bevestigen. Het ontwerp van wet op de rechterlijke organisatie, door den Minister de "V ries verdedigd, bevatte in artikel 3 een bepaling van die strekking. Dit artikel werd den 26"«i Maart 1873 door de Tweede Kamer met 37 tegen 35 stemmen aangenomen, doch het ontwerp zelf werd verworpen. Deze poging is later niet herhaald. Met een enkel woord komen wij later op dit artikel nog terug >).

Sprekende over de positie door den Raad van State ingenomen ten aanzien van het onderzoek van geschillen van bestuur, hebben wij met een enkel woord melding gemaakt van de behoefte aan een onafhankelijke administratieve rechtspraak, doch voor de verdere behandeling der quaestie naar het Derde Boek dezer Schets verwezen 2). Thans zullen wij haar nader onder de oogen zien.

1) Zie bladz. 209.

2) Zie bladz. 1(>0.

Sluiten