Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in ffr?ne, Gn d6 administratieve rechtsmacht wordt

nJ rL7 fUk der Grondwet. al is het slechts terloop.,

tot de ^ 'fSZlr reCht3PMat °'er PerS0,,en' b°h°°™<>°

onftl laaLStC lid Van arL 166 der Grondwet (in 1887 opgenomen m te voldoen aan het verlangen van hen, die meenden dat de

Grondwet althans de militaire rechtspraak behoorde te vermelden

vanZS'Vn * We8latlng 150 ™ <*' M

rechtspraak '\eZ r ^ TT"* teg°n het ™°^taan dier rechtspraak geput zou worden»)) verklaart de boven door ons

besproken bepalingen omtrent aanstelling en ontslag van de leden

D™ï SedmaCht r,iet °P de militaire rechterS van toepassing s). e ïegehng der militaire rechtspraak is van ouden datum De g ondwetten van 1814 en 1815 en die van 1840 traden daaromtrent

drSoonffennRaad°feï1en; °°k "U het bestaan van

berust bevatt der ,ïsederlanden °P een grondwettelijk voorschrift

hof?' "T f Zll mStelling van een Ho°? Militair Gerechtsof ), waaromtrent in 1840 werd bepaald, dat het uit een eeliik

door den K8^16^611' Zee°mcieren en landofficieren zou bestaan, dooi den Koning voor hun leven te benoemen

Dit H°°g MiIitair Gerechtshof zou rechtspreken wegens alle

,tStUfeVknoöpe;an 1M G' W" San die Van art" 75 der Ongevallenwet

Ofschoon het nieuw opgetreden Ministerie het ontwerp niet heeft ine-P J° r* fft het toch verklaard wijzigingen te zullen aanbrengen Het

no. 236 der mlTT ^ ^^

1901 iqno J „n 1.UÜ—1901 ingekomen, is thans, zittin<>-

1W1—1902, onder n». 78 aanhangig. °

1) Zie bladz. 266. Art. 146 2<te M G. W. lm ]ujdde; ^

insgelyks het regtsgebied over het krijgsvolk en de schutterijen.» -) Zie Buys, Be Grondwet III, bladz. 325 v.

befasten™!; iS ^ toePasselijk °P hen die uitsluitend

maï oTtoT/^ °V6r P™eD' beWen<16 d* zee" of land-

discfplinaiL zrr geWaPende magt' °f ^ de bes]issi«e ™

4) Art. 115, G. W. 1814: „ Er zal een Hoog Militair Gerejrtshof ziin voor hetwelk het krijgsvolk te water en te lande, wegens alle delicten'

linden P- f"' WOTden ** regt gesteld> vc%ens de nadere bepalingen bij de wet vast te stellen." 1

1 t^ii ^ ^"Het krijgsvolk te water en te lande is met

etrekking tot alle civiele zaken, onderworpen aan den burgerlijken refter.'

Sluiten