Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In dien zin vindt men in art. 88 der Grondwet van 1814 en in art. 146 der Grondwet van 1815 ') de uitdrukking gebezigd „ inwendige policie". in deFransche vertaling luidende: „administration intérieure".

In de „Handleiding tot de kennis van het administratief' regt in Nederland" door Jhr. Mr. J. J. de la Bassecovk Caan lezen we nog op bladz. 143 van het Eerste gedeelte 2): „ Eene goede omschrijving van het woord politie te geven is moeijelijk.

Het wordt in eene tweeledige beteekenis gebezigd:

Ten eerste in engeren zin, om aan te duiden de politie ter voorkoming van misdrijven, terwijl het in het dagelijksch gebruik, ook de uitvoerende magt zelve, het personeel der uitvoerende magt beteekent. In dit geval is de werking van de politie préventief, als zij stoornis tracht te voorkomen of de gestoorde orde herstelt, of judicieel, als zij de Ambtenaren van het Openbaar Ministerie behulpzaam is in het opsporen van misdaden. Ook wordt zij in deze beteekenis somtijds verdeeld in eene gewone, die door de gewone politieambtenaren kan worden uitgeoefend, en in eene technische, waartoe de werkzaamheid van deskundigen wordt gevorderd, b.v. van geneeskundigen, van keurmeesters, enz.

Ten tweede in ruimeren zin, wordt door politie verstaan, het geheel inwendig bestuur, met uitzondering van de finantiën, het regtswezen en de defensie. Deze uitsluiting is hierop gegrond, dewijl er een band bestaat tusschen de overige takken der regering, welke hier ontbreekt.

Justitie, Finantiën en Defensie zijn op zich zelf staande deelen der staathuishouding, die naar eigenaardige regelen worden bestuurd. Dat onder het woord politie niet de betrekkingen tusschen onzen Staat en het buitenland begrepen zijn, is natuurlijk, daar deze geen deel uitmaken van de geheele inwendige regering. Dit begrip van politie sluit in zich de zorg over de meest gewigtige belangen der maatschappij en strekt zich uit tot de minste bijzonderheden.

De werking der politie is positief of negatief.

Positief, in zooverre zij ten doel heeft al die werken en inrigtingen tot stand te brengen, welke het algemeen welzijn, de stoffelijke of geestelijke belangen der ingezetenen kunnen bevorderen, en wanneer zij die voorzorgen neemt, welke dreigende gevaren of nadeelen kunnen afwenden.

1) Art. 146 Gw. 1815: „Aan de Staten (Provinciale) wordt geheel en al overgelaten de beschikking en beslissing van alles wat tot de gewone inwendige policie en oeconomie behoort "

2) Tweede druk, 1865.

Sluiten