Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevoegdheden gegeven in geval van oproerige beweging, samenscholing of andere stoornis der openbare orde. Hij kan alsdan de hulp dei schutterij en van het aanwezige of naastbijzijnde krijgsvolk inroepen, is bevoegd alle bevelen te geven, die hij ter handhaving der orde noodig acht en mag na het doen der vereischte waarschuwingen zelfs geweld doen bezigen; zoo noodig is hij in die gevallen ook bevoegd algemeene voorschriften van politie voor de inwoners uit te vaardigen en onverwijld af te kondigen.

In de tweede plaats wordt den burgemeester de politie opgedragen over de schouwburgen, herbergen, tapperyen en alle voor het publiek openstaande gebouwen en samenkomsten, openbare vermakelijkheden en openlijke huizen van ontucht. Ten slotte heeft hij, behoudens de gewone dienstregeling door plaatselijke verordeningen voorgeschreven, het opperbevel bij brand.

Naar het oordeel der commissie behooren enkele dezer bevoegdheden meer eigenaardig tot de rijkspolitie, met name die om in geval van oproerige beweging krijgsvolk te requireeren, alle noodige bevelen te geven en geweld te doen bezigen. De bevoegdheid den burgemeester in geval van brand gegeven, beschouwt zij niet als veiligheidspolitie, maar als van administratief-technischen aard.

Wat de taak der algemeene of rijkspolitie aangaat, beschouwt de commissie als grondslag artikel 4 der Grondwet, dat aan allen, die zich op het grondgebied van het Rijk bevinden, gelijke aanspraak verzekert op bescherming van persoon en goederen, en alzoo den Staat tot politiezorg verplicht.

Met die verplichting houdt verband art. 190 al. 1 der Gemeentewet, houdende dat de commissarissen en dienaren van politie. tevens aan de algemeene of rijkspolitie, onder het daarmee belast 'jezag dienstbaar, voor zooveel de gemeentepolitie betreft, onder de bevelen van den burgemeester staan. Daarmede wordt toch niet alleen het bestaan der algemeene politie, maar ook haar gezag uitdrukkelijk erkend.

Hierop heeft de Regeering zich ook beroepen bij het uitvaardigen «) van den algemeenen maatregel van bestuur van 17 December

1) Zie de beweegredenen, welke dit besluit vergezellen, in het rapport <ler commissie hladz. 18, ontleend aan het Algemem Politieblad 1852. bladz. 14. Dit Algemeen Politieblad is door den Min. v. Justitie ingesteld bij dispositie van .51 Dec. 1851, tegelijk met de vaststelling van de instructie voor de directeuren van politie, die in het eerste nummer van het blad is opgenomen.

Sluiten