Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dienstplichtigen te gelijk niet en op dezelfde wijze dienen als de vrijwilligers bij het leger, bepaalt verder, dat elk, die voor de militie is ingeschreven, en ieder, die daarbij is ingelijfd, overeenkomstig de daaromtrent bestaande voorschriften, kan worden toegelaten tot eene vrijwillige verbintenis bij de zeemacht, het korps mariniers hieronder begrepen, bij het leger hier te lande of bij het krijgsvolk, dienende in 's Rijks overzeesche bezittingen. De Landweerwet bevat eene analoge bepaling.

Dit is echter het eenige den vrijwilligen dienst betreffende wat bij de wet is geregeld, overigens is alles dienaangaande vastgesteld bij, niet in het Staatsblad opgenomen, Koninklijke besluiten, nader uitgewerkt door resoluties van den Minister van Oorlog. De grondslagen der regeling zijn te vinden in het Koninklijk besluit van 27 Aug. 1S81 n°. 20, gew. 12 Nov. 1890 n°. 38, houdende vaststelling van nieuwe voorschriften omtrent de werving voor het leger hier te lande. In den regd -vorden slechts ongehuwde personen. Nederlanders of vreemdelingen, tusschen 18 en 36 jaren aangenomen, ouderen alleen indien zij bij de mariniers of bij de landmacht hier te lande, in Oost- of in West-Indië gediend hebben. De Minister kan echter, indien hij het wenschelijk acht, gehuwde personen, weduwnaars met kinderen en personen beneden den leeftijd van 18 jaren doen aannemen. De duur der verbintenis is in het algemeen 6 jaren, voor hen die jonger dan 17 jaar worden aangenomen 8 jaren.

Om te voorzien in de behoefte aan kader zijn opgericht eene instructie-batterij te Arnhem voor de rijdende en de veldartillerie, eene instructie-compagnie te Schoonhoven voor de vestingartillerie en een instructie-bataljon te Kampen voor de infanterie. De toelating is bij ministerieele resoluties geregeld. Aangenomen kunnen alleen worden Nederlanders tusschen löl/2 en 19 jaar, de verbintenis duurt voor hen die jonger dan 17 jaar zijn 8, overigens 6 jaar.

De werving voor de koloniale troepen is van die voor het leger hier te lande gescheiden. Vorderde de geest der Grondwet'), dat er eenheid zou bestaan tusschen de, uit vrijwilligers gevormde, landmacht voor Nederland en die voor Nederlandsch Oost- en West-Indië, feitelijk zijn zij, wat Oost-Indie betreft, reeds sedert 1830 gescheiden.

Voor de werving en uitzending van troepen naar de overzeesche

1) Weitzel t. a. p. blz. 82. Evenzoo Mr. J. Heemskerk Azn. , De Praktijk der Grondwet, blz. 353.

Sluiten