Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aard, welke, gelijk wij boven (bladz. 350) zagen, ingeval van oorlog of oorlogsgevaar aan den bijzonder daartoe gemachtigden opperbevelhebber door de inkwartieringswet zijn toegekend.

Ten aanzien van de rechten der burgers door de artt. 7, 9, 150, lste üd en 159 der Grondwet verzekerd bevat de wet, voor het geval dat afkondiging van den staat van beleg heeft plaats gehad, de volgende bepalingen.

Het militair gezag is bevoegd beperkende bepalingen vast. te stellen omtrent het drukken, uitgeven, verspreiden, aanplakken of in den handel brengen van geschriften of teekeningen, of dit geheel te verbieden.

Openbare vergaderingen van bijzondere personen, godsdienstoefeningen (met uitzondering van openbare), openbare bijeenkomsten of optochten mogen zonder schriftelijke vergunning van het militair gezag niet worden gehouden. Dit geldt mede ten aanzien van bijeenkomsten om zich in den wapenhandel te oefenen.

Op vordering van het militair gezag gaat elke vergadering, bijeenkomst of optocht terstond uiteen.

Het militair gezag erlangt de beschikking over de inrichtingen der postery, telegraphie en telephonie en is bevoegd de wettelijke bepalingen omtrent den post-, telegraaf- of telephoondienst te wijzigen. Het is mede gerechtigd tot het in beslag nemen en openen van elk stuk, aan de post of andere instelling van vervoer of aan de telegraaf toevertrouwd en tot het kennis nemen van den inhoud.

Verder worden in de gedeelten van het grondgebied, welke in staat van beleg zijn verklaard, een of meer temporaire krijgsraden ingesteld, wier rechtsmacht in geval van oorlog zich ook uitstrekt over niet-militairen, die zich schuldig maken aan feiten, strafbaar krachtens het militair strafrecht. Dan vervalt ook het recht van beroep en cassatie in burgerlijke strafzaken, wanneer de bij de wet aangewezen burgerlijke rechter van beroep en cassatie niet in staat is daarvan kennis te nemen. Is de burgerlijke rechter, die in eerste instantie over eene strafzaak heeft te oordeelen, in een dergelijk geval niet in staat daarvan kennis te nemen, dan oordeelt daarover de krijgsraad in hoogste instantie.

Voorts is het militair gezag nog bevoegd, de wettelijke bepalingen op het dragen van wapenen, zoowel als die op de uitoefening der jacht, zoodanig te wijzigen, als in het belang der openbare veiligheid noodig wordt geacht en te bevelen, dat de inwoners de in hun bezit zijnde wapenen en ammunitie op daartoe aan te wyze

Sluiten