Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de woonplaats tevens het domicilie van onderstand, waardoor het indertijd veelbesproken „restitutiestelsel" is vervallen.

Het hoofdstuk der wet aan de bedelaars en landloopers gewijd is sedert de invoering van het strafwetboek in 1886 geheel afgeschaft. Enkele artikelen daarvan waren reeds in 1870 vervallen. Alle wettelijke bepalingen deze personen betreffende behooren thans in het strafrecht tehuis (W. v. S. R. artt. 432 v.). De kosten van de plaatsing in eene Rijkswerkinrichting, waartoe de personen die zich aan bedelarij of landlooperij schuldig maken, behalve de op de overtreding gestelde straf van hechtenis, kunnen worden veroordeeld, worden door het Rijk gedragen. Bedoelde Rijkswerkinrichtingen zijn gevestigd: voor de mannen te Veenhuizen en te Hoorn, voor de vrouwen in de gemeente Oegstgeest ')•

III. Gezondheidswezen.

Ten aanzien van de staatszorg voor de openbare gezondheid verkeeren wij in een overgangstijdperk. Op het oogenblik, dat dit gedeelte van ons werk het licht ziet, is reeds in werking getreden de wet van 21 Juni 1901, (Stbl. n°. 157), houdende regeling van het Staatstoezicht op de volksgezondheid, of zooals de offlcieele titel luidt „de gezondheidswet" 2).

Volgens art. 1 dezer wet omvat het Staatstoezicht op de volksgezondheid :

a. het onderzoek naar den staat der volksgezondheid en, waar noodig, de aanwijzing en bevordering van middelen ter verbetering;

b. de handhaving der wetten en verordeningen in verband daarmede vastgesteld, voorzoover te dien aanzien geen andere wettelijke regeling is gemaakt.

Onder den Minister van Binnenlandsche Zaken is het opgedragen aan:

a. den centralen gezondheidsraad;

b. hoofdinspecteurs van de volksgezondheid;

c. inspecteurs van de volksgezondheid; en

d. gezondheidscommissiën.

1) Zie voor de daarop betrekking hebbende wetten en Kon. besluiten boven bladz. 272.

2) Bij K. B. 23 Juni 1902, S. 120, is de datum van in werking treden bepaald op 1 Augustus 1902.

Sluiten