Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestond reeds geruimen tijd geen verschil van meening tusschen de verschillende politieke richtingen. De Regeering onthield zich dan ook bij de indiening van haar wetsontwerp van het geven van een lang betoog, hetzij over de belangrijkheid van het woningvraagstuk en de groote beteekenis van een goede woning uit moreel, hygiënisch en economisch oogpunt, hetzij over de wenschelijkheid van Staatstusschenkomst tot verbetering van woningtoestanden.

Het standpunt waarop de Regeering zich plaatste was, dat de overheid niet bij machte is te zorgen, dat aan ieder een behoorlijke woning worde verstrekt, maar langs verschillende wegen kan medewerken tot verbetering der woningtoestanden. De voornaamste oorzaken der slechte toestanden op dit gebied achtte zij de volgende:

1°. de mogelijkheid om slecht ingerichte, voor de gezondheid schadelijke woningen bij voortduring te verhuren;

2°. de weinige geneigdheid om aan woningen, welke dreigen onbewoonbaar te worden, de noodige verbeteringen aan te brengen;

3°. de aanbouw van insolide, aan de matigste eischen niet voldoende woningen, welke zoo niet terstond dan toch naeenigejaren het aantal krotten zullen vermeerderen;

4°. onvoldoende aanbouw van goede woningen;

5°. financieel onvermogen, waardoor velen genoodzaakt zijn, zich met een slechte woning te behelpen.

Deze oorzaken zooveel mogelijk weg te nemen, moet dus het doel zijn.

Een verklaring van het systeem, dat in de wet is neergelegd, krijgt men het beste door lezing van de verdediging van het standpunt der Regeering tegenover de bestrijding welke het onderwerp in de afdeelingen der Tweede Kamer ondervond, zooals die in de Algemeene beschouwingen van het Verslag der Commissie van Voorbereiding (Zitting 1900—1901, 34 nu. 1) aan de Memorie van Antwoord der Regeering wordt ontleend.

Aan de hand daarvan zullen wij dit systeem thans nader beschouwen.

Door de totstandkoming der woningwet is de zorg voor de volkshuisvesting verklaard tot rijkszaak, eene zaak van algemeen rijksbelang. Om misverstand in deze te voorkomen schrapte de Regeering het eerste artikel van het ontwerp, oorspronkelijk luidende: „De Volkshuisvesting is een voorwerp van de aanhoudende zorg der gemeentebesturen", een sententia declaratoria, die volgens de Regeering slechts bedoelde de gemeentebesturen er op te wijzen, dat

Sluiten