Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Elk hunner wordt in den regel bijgestaan door eenen vicaris-generaal'). verder door een kapittel, bestaande uit éénen proost en acht kanunikken, door een of meer secretarissen-generaal, en door zoovele dekens als de diocese in decanaten is verdeeld.

Het kerkgenootschap der oud-bisschoppelijke clerezie (Oud-Katholieken) wordt bestuurd door den aartsbisschop van Utrecht en de bisschoppen van Haarlem en Deventer.

Het onderwijs in de godgeleerdheid aan de universiteiten is gehandhaafd, voor zoover het geacht wordt een zuiver wetenschappelijk karakter te hebben, doch de opleiding voor den kerkelijken dienst is aan de kerkgenootschappen zelve overgelaten. Toch heeft de wet op het hooger onderwijs 2) aan de kerkelijke kweekscholen en seminaria tot opleiding der leeraren van eenig kerkgenootschap de subsidien, beurzen, toelagen en verdere ondersteuningen, die zij bij het in werking treden der wet genoten, niet willen ontzeggen. Integendeel, de ondersteuning van Staatswege blijft aan die inrichtingen verzekerd zoolang zij bestaan.

Wat de hervormde kerk betreft, hare leeraren werden vroeger in het bijzonder aan de hoogescholen opgeleid. Na het in werking treden der wet tot regeling van het Hooger Onderwijs van 1876 verviel die uitsluitende bescherming dezer godgeleerde faculteit. De billijkheid bracht mede, dat ook aan haar, zoo zij een of meer leerstoelen of scholen tot opleiding van hare leeraren wilde oprichten, de kosten zouden worden vergoed. De wet verzekerde haar dus een zoodanig bedrag als blijken zal voor dat doel noodig te zijn 3).

Alvorens dit hoofdstuk te sluiten moeten wij nog melding maken van de intrekking van het Keizerlijk decreet van 30 Dec. 1809, concernant les fabriques.

Bij het concordaat van 26 Messidor an IX tusschen den Franschen consul en den paus, waarvan wij boven melding hebben gemaakt.

1) Alleen de vicaris-generaal van Breda wordt van Staatswege bezoldigd.

2) Zie voor deze wet beneden.

3) Een reglement op het hooger onderwijs in de Godgeleerdheid tot vorming van evangeliedienaren voor de Nederl. hervormde kerk werd vastgesteld door de Synode den 248,en Augustus 1877.

Yan de hier bedoelde bevoegdheid heeft de Synode gebruik gemaakt door aan iedere Rijks hoogescliool hoogleeraren te benoemen. Zie voor de Vrije Universiteit beneden bij Onderwijs.

Sluiten