Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wet bepaalt verder, dat van wege de provincie — en zij voegt er bij: ook van de waterschappen — geene uitgaven mogen gedaan worden ten behoeve van het onderwijs. Ook verbiedt zij sedert 1889, dat van wege de gemeente subsidie worde verleend aan eene bijzondere school, de wet van 1878 liet dit althans toe wanneer op die school onderricht werd gegeven in de beginselen van de drie levende talen, of eene daarvan, of in de wiskunde, daarbij echter de voorwaarde stellende, dat in zoodanig geval de onderwijzer, evenals die van de openbare school, zich onthouden moest iets te leeren, te doen of toe te laten wat strijdig is met de godsdienstige begrippen van andersdenkenden. Eene overgangsbepaling schept de mogelijkheid van 't voortbestaan der eenmaal krachtens dit voorschrift genoten subsidien.

Terwijl voor de openbare scholen de verschillende leervakken door de wet zijn aangewezen '), kan de bijzondere school in haar programma de leervakken opnemen, die zij goed acht.

Werd bij de wet van 1857 het onderwijs onderscheiden in geivom lager onderwijs, of de eerste beginselen van het ontwikkelend onderwijs , en in meer uitgebreid lager onderwijs of dat hetwelk betrekking heeft op het onderricht in de beginselen der levende talen enz. 2), die namen zijn in de wet van 1878 verdwenen; de zaak is echter dezelfde gebleven.

De wet stelt minima vast voor de jaarwedden der openbare onderwijzers, onderscheidenlijk voor de hoofden der scholen en voor de onderwijzers van bijstand, welke minima verband houden met het aantal dienstjaren. Bezit van den rang van hoofdonderwijzer verhoogt voor den onderwijzer van bijstand het minimum met f 100, terwijl, wanneer overeenkomstig de bepalingen der wet het bezit der hoofdacte verplicht is, deze toevoeging wordt verdubbeld.

1) Die vakken zijn: het a. lezen, 6. schrijven, c. rekenen, d. de beginselen der Nederlandsche taal, e. die der vaderlandsclie geschiedenis, f. die der aardrijkskunde, g. die van de kennis van de natuur, h. het zingen, i. de eerste oefeningen van het handteekenen, j. de vrije- en orde-oefeningen der gymnastiek, Je. de nuttige handwerken voor meisjes; bovendien kan nog onderwijs worden gegeven in: l. de beginselen der Fransche taal, m. die der Hoogduitsche taal, n. die der Engelsche taal, o. die der algemeene geschiedenis, p. die der wiskunde, q. het handteekenen, r. de beginselen der landbouwkunde, rb". die der tuinbouwkunde, s. de gymnastiek, t. de fraaie handwerken voor meisjes.

2) Zie noot 1, de vakken l—t.

Sluiten