Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gegeven, wordt in de wet geregeld. Wij hebben hierover bij behandehng van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid reeds met een en 'el woord gesproken. De lokalen moeten voldoen uit een hygiënisch oogpunt en geschikt zijn voor het daarin te geven ondemijs ') terwijl op geene school meer dan 600 kinderen gelijktijdig mogen worden toegelaten, dan met machtiging des Konings om bijzondere redenen (artt. 4, 5 en 24).

De onderwijzers der openbare school worden door de overheid ie haar bekostigt, benoemd; de hoofden der scholen uit eene voordracht door burgemeester en wethouders in overleg met den districtsschoolopziener'), de (hulp)onderwijzers uit eene voordracht door burgemeester en wethouders in overleg met den arrondissementsschoolopziener opgemaakt, na ingewonnen bericht van het schoolhoofd (art. 28).

De onderwijzers ») moeten de bevoegdheid bezitten, om onderwijs te geven. De door de wet gevorderde acten worden verkregen door examens <), welke voor den rang van (hulp-) en huisonderwijzers

1) De tegenwoordige redactie der artt. 4 en 5 L. O. dateert van 1882 De lokalen, waarin «^-gesubsidieerd bijzonder lager onderwijs wordt gegeven. kunnen alleen worden afgekeurd als schadelijk voor de gezondheid of wegens onvoldoende ruimte voor het aantal schoolgaande kinderen. De lokalen, waarin door de gemeente gesubsidieerd bijzonder onderwijs wordt gegeven (zie bladz. 416) moeten, gelijk openbare scholen, zijn ingericht en gebouwd volgens daartoe door den Koning gestelde regelen. De voorschriften betreffende de inrichting der schoollokalen zijn aan herhaalde wisseling onderhevig geweest. De thans bestaande worden aangetroffen

Aug is£ libl". mt 1883 (StbL n°" 4I)'aangevuld bij K van 30

Om voor Rijksbijdrage (zie beneden bladz. 433) in aanmerking te komen moeten de bijzondere scholen aan de ook in dit opzicht gestelde voorwaarden voldoen (art. 54big, 5['e jjd ^).

2) Bij gebrek aan overeenstemming tusschen B. en W en districts Ï°7 D°ecP18eier a's!66'' V6rgelijkend 'mdei'zoek Plaats, geregeld bij K. B.

3) Op het voetspoor der wet begrijpen wij onder den naam van onderwijzers ook onderwijzeressen.

Met betrekking tot het kweekelingenstelsel is de wet van 1878 afgeweken van het vroegere, door wel kweekelingen toe te laten, doch ze met meer als onderwijskracht te erkennen.

vtl voor programma's der examens en de wijze van afnemen de k.X. B.B. Ir Dec. 1890, S. 183, laatst gew. 29 Oct. 1901, S. 219; — 17

Sluiten