Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de eerste plaats kan zij worden nageleefd door te zorgen, dat het kind als leerling op eene lagere school ') wordt geplaatst en dat het die school geregeld bezoekt.

Het kind zal alsdan zes jaren op school moeten blijven en alle klassen moeten doorloopen, of althans zoovele klassen als samen een leertijd van zes jaren omvatten. In dit laatste geval, dat ziet op scholen, waar in de laagste klassen onderwijs gegeven wordt, dat meer als voorbereidend is te beschouwen en waar de kinderen dus op jonger dan zesjarigen leeftijd worden toegelaten, eindigt de verplichting niet voordat het kind den twaalfjarigen leeftijd heeft bereikt en de klasse, waarin het bij het bereiken van dien leeftijd geplaatst was, heeft doorloopen.

Heeft een kind niet alle klassen doorloopen, dan eindigt toch in elk geval de verplichting na het doorloopen der klasse, waarin het zich bevond bij het bereiken van den dertienjarigen leeftijd.

De verplichting kan evenwel ook worden nageleefd door het verstrekken van huisonderwijs 2). Ook dit moet geregeld gedurende zes jaren worden volgehouden. Daar gelijk wij zagen de leerplicht uiterlijk aanvangt, zoodra het kind den leeftijd van zeven jaren heeft bereikt, zoo eindigt hij in dit geval uiterlijk bij het bereiken van den dertienjarigen leeftijd.

Is vóór of sinds het bereiken van het zesde levensjaar met het geven van huisonderwijs een aanvang gemaakt, dan eindigt de verplichting bij het bereiken van den twaalfjarigen leeftijd.

Er is dus geen sprake van schoolplicht, doch van eene verplichting tot het doen verstrekken van onderricht. Toch ligt het voor de hand, dat die verplichting zich in de meeste gevallen in schoolplicht zal oplossen. De verplichting tot het geven van huisonderwijs wordt dan ook nergens in de wet opgelegd, wèl is strafbaar gesteld het niet zorgdragen, dat een leerplichtig kind op eenige wijze, hetzij als leerling op school, hetzij aan huis onderwijs geniet. Strafschuldig is daarom ook hij, die eenmaal verklaard hebbende

1) Onder lagere scholen worden door de wet verstaan alle scholen voor lager onderwijs, hetzij openbare, hetzij bijzondere, waar onderwijs wordt gegeven in de vakken, vernield onder a—h in artikel 2 der wet tot regeling van het lager onderwijs (zie boven bladz. 416 noot 1).

2) Dit onderwijs moet omvatten de vakken genoemd onder a—g in art. 2 der wet L. O. (zie boven bladz. 416 noot 1) in verband met een goeden leergang.

Sluiten