Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestemd acht voor het kleine getal van hen, die opleiding zoeken tot eene weikzaamheid of betrekking, waartoe geleerde vorming vereischt wordt; dan omvat het tusschen beide inliggende gebied van het middelbaar onderwijs de vorming van die talrijke burgerij, welke, het lager onderwijs te boven, naar algemeene kennis, beschaving en voorbereiding voor de onderscheidene bedrijven der nijveie maatschappij tracht. Nijvere maatschappij, niet enkel in haie richting op landbouw, fabrieksviyt of handel, maar in den meest uitgebreiden zin genomen, is het daarbij blijkbaar om kennis der tegenwoordige wereld en om toepassing op economische en technische diensten te doen."

Het middelbaar onderwijs wordt wederom onderscheiden in openbaar en bijzonder onderwijs.

Openbare scholen zijn die, opgericht en onderhouden door gemeenten, piovinciën en het Rijk, afzonderlijk of gezamelijk; de overige zijn bijzondere.

Aan bijzondere inrichtingen kan van wege de gemeente, provincie of het Rijk subsidie worden verleend, in welk geval zij voor alle leeilingen, zonder onderscheid van godsdienstige gezindheid, toegankelijk moeten zijn (art. 2).

Openbaar middelbaar onderwijs wordt gegeven in: a. burgerscholen; b. hoogere burgerscholen; c. landbouwscholen; d. de polytechnische school (art. 12).

De eerste soort is volgens de memorie van toelichting, bestemd voor „hen, die van den arbeid hunner handen zullen moeten leven, en na lager onderwijs genoten te hebben nog slechts korten tijd aan schoolbezoek kunnen wijden"; alzoo voor aanstaande ambachtslieden en landbouwers. Het onderwijs sluit zich eensdeels aan bij het lager onderwijs, en strekt zich anderdeels uit over wis-, natuur- en werktuigkundige wetenschappen, het hand- en rechtlijnig teekenen.

Elke gemeente, wier bevolking het cijfer van 10.000 zielen te boven gaat, is verplicht ten minste één burgerdag- en avondschool op te richten. Waar echter door een burgeravondschool of op andere wijze in de behoefte voldoende wordt voorzien, kan de Koning ontheffing veileenen van het oprichten van de burgerdagschool. Deze burgerdagscholen hebben niet aan hare bestemming beantwoord, waarvan het gevolg geweest is een ruim gebruik dier bevoegdheid tot vrijstelling. In de behoefte wordt overeenkomstig het wettelijk voorschrift voorzien behalve door burgeravondscholen, door industrie-,

Sluiten