Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

einde hen in de gelegenheid te stellen zich in hunne kunst te volmaken.

De verplichtingen van directeur en hoogleeraren en de voorschriften omtrent het onderwijs, de examens, de prijskampen en de vierjarige toelage zijn, voorzoover niet in de wet omschreven, geregeld bij algemeenen maatregel van bestuur ')•

In het voorgaande hebben wij gezien hoe de Staat zorg draagt voor het onderwijs, als middel tot algemeene ontwikkeling en wetenschappelijke opleiding, zoowel als tot voorbereiding voor het bekleeden van maatschappelijke betrekkingen of het uitoefenen van beroepen. Het komt evenwel ook voor, dat de Staat eischen stelt voor het bekleeden van bedieningen of voor het uitoefenen van beroepen — het afleggen van een examen vordert — zonder dat hij zich met de opleiding daartoe bezighoudt 2).

Aan den anderen kant daarentegen strekken de bemoeiingen van den Staat ten aanzien van de algemeene volksontwikkeling zich nog verder uit dan de zorg voor goed onderwijs op allerlei gebied. Ook op andere wijzen schept hij de voorwaarden tot verhooging der volksbeschaving, waarbij hij zich niet bepaalt tot bevordering der geestelijke ontwikkeling, doch ook aan de zedelijke ontwikkeling van het volk richting en steun wil geven. Wij zullen in de volgende afdeeling van dit hoofdstuk hieraan in 't kort de aandacht wijden.

VI. Verdere Staatsbemoeiing met de algemeene volksontwikkeling.

Ons bestek verhindert ons hier in bijzonderheden alle zoodanige instellingen te bespreken, die, terwijl zij dienstbaar zijn aan het academisch onderricht, tevens de algemeene volksontwikkeling kunnen bevorderen — zooals rijkskabinetten, musea, rijks-, acade-

1) K. B. 22 Februari 1893, S. 50, gewijzigd 10 October 1893, S. 151.

2) Wij noemen bijv. de examens voor adjunct-inspecteur van den arbeid, gezantschapsattaché, consulair ambtenaar, ambtenaar bij posterijen, telegrafie, administratie der verschillende belastingen, notariaat, apothekersbediende enz.

Sluiten