Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geringe wijziging bij de invoeringswet van het Wetboek van Strafrecht gehandhaafd. De Hooge Raad heeft evenwel beslist, dat wel in het tweede lid van artikel 1 het verbod ten aanzien van het co portoeren van vreemde loterijen door strafbepaling wordt gedekt, doch dit niet het geval is met de verbodsbepaling ten aanzien van particuliere loterijen in het eerste lid opgenomen, terwijl in het thans gekiende Strafwetboek een toepasselijke strafbepaling, zooals de Code Pénal die bevatte (art. 410) wordt gemist !).

Kan de loterij wet dus slechts ten deele gehandhaafd worden de zondagswet 2) is bijna geheel in onbruik geraakt. Blijkens haren considerans beoogt zij „ op het voetspoor onzer godsdienstige voorvaderen, die daarop steeds den hoogsten prijs stelden, de phgtmatige viering van den dag des Heeren en andere dagen, den openbaren christelijken godsdienst toegewijd, door eenparige en voor de geheele uitgestrektheid der Vereenigde Nederlanden algemeen werkende maatregelen te verzekeren." Met dat doel verbiedt zij met alleen alle beroepsbezigheden, welke den godsdienst zouden kunnen storen, maar in het algemeen allen openbaren arbeid, tenzij m geval van noodzakelijkheid en jnet toestemming der plaatselijke regeering. Verder verbiedt zij het uitstallen en verkoopen op markten stiaten of openbare plaatsen van alle koopwaren, met uitzondering van geringe eetwaren, evenals het uitstallen in winkels en het verkoopen met open deuren. Gedurende den voor de openbare godsdienstoefening bestemden tyd moeten gesloten zijn herbergen en andere plaatsen, waar drank verkocht wordt binnen den besloten kling der gebouwen en mogen geen spelen plaats hebben. Openbare vermakelijkheden mogen op zon- en algemeene feestdagen niet worden gedoogd; uitzonderingen op dit verbod kunnen echter dooide plaatselijke besturen worden toegestaan, mits na het volkomen eindigen van alle godsdienstoefeningen. Ten slotte draagt de wet aan de plaatselijke politie op zorg te dragen alle hinderlijke bewegingen en gerucht in de nabijheid der gebouwen, tot de openbare eeredienst bestemd en in het algemeen alle stoornis van de godsdienstoefening te voorkomen of te doen ophouden.

Gelijk wij evenwel reeds zeiden, van algemeene handhaving tzei wet is geen sprake. Men kan voorstander van zondagsrust

1) Ai-rest van 25 Jan. 1897 Luttenberg Chron. Verz

. T 1 Maart 1815' S" 21' is S^ijzigd bij de wet van 22

April 18t>4, S. 29, en de Inv. wet S. R.

Sluiten