Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn en toch moeten erkennen, dat toepassing dezer wet niet wenschelijk zou zijn. Afgezien toch van het feit, dat zij verouderd is, zou zij, door haar gebrekkige redactie tot tal van moeilijkheden aanleiding geven ')•

VII. De Waterstaat.

Reeds van ouds heeft ons vaderland een zwaren strijd te voeren gehad, zoo met de zee als met de rivieren. Onze vaderen waren genoodzaakt al hunne krachten in te spannen, om daarin de zege te behalen. Maar juist die inspanning om de gevaren van overstrooming tegen te gaan, of om meren en moerassen in vruchtbaar land te herscheppen, heeft krachtig bijgedragen tot de ontwikkeling der natie.

De zorg voor den Waterstaat vormt dan ook een van de belangrijkste takken van den Staatsdienst. Deze zorg uit zich in velerlei opzichten. Ten eerste waar het water als een gevaar moet worden bestreden. Daaruit vloeien voort de waterkeering, het dijkwezen, de zorg voor de waterloozing en het waterpeil. Verder eischt het water zorg wegens zijne groote beteekenis voor het verkeer (rivieren, kanalen, havens, enz.), voor de openbare gezondheid en voor de drijfkracht, welke zij in verschillende oorden aan de nijverheid verstrekt.

Het negende hoofdstuk van de Grondwet voert ten titel „van den waterstaat". Onder het woord Waterstaat wordt niet alleen begrepen de zorg voor de dijken, sluizen, bruggen en andere waterwerken, of hetgeen met de politiezorg over de rivieren en andere wateren in betrekking staat, maar het omvat ook het beheer en het toezicht over de wegen, verveningen, ontgrondingen, mijnen, steengroeven, droogmakerijen en publieke werken.

1) Zie Zondagswetgeving, Acad. proefschrift van Mr. J. A. N. Patijn, Leiden 1897.

Zoowel ten aanzien van de loterijen als van de zondagsrust worden voorstellen tot nieuwe wettelijke regeling in de loopende parlementaire periode tegemoet gezien.

Sluiten