Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waterschappen, aan welke zulk een belangrijk deel der waterstaatszorg is toevertrouwd, zou haar uitgangspunt hebben gevonden in deze wet. Zoodra evenwel de Provinciale Staten tot de overtuiging waren gekomen, dat zij met de aanvaarding der hun opgedragen taak niet behoefden te wachten op het tot stand komen der wet in de Grondwet voorgeschreven, zijn zij aan het werk getogen. Met nauwlettende zorg en tevens met doorzettenden ijver hebben zij in hunne reglementen de taak, de bevoegdheden en de verplichtingen der waterschapsbesturen omschreven en vastgesteld, en de ondervinding toonde de deugdelijkheid van hun werk.

" Met dit omvangrijk werk, sedert 1848 door de Provinciale Staten, onder goedkeuring des Konings, tot stand gebracht, moet rekening worden gehouden. Het tijdstip, waarop eene wet omtrent het waterstaatsbestuur tot stand zal komen, sluit daarom het denkbeeld eener volledige organisatie uit. Aan de Provinciale Staten kan niet worden opgelegd hun werk, dat gedurende een lange reeks van jaren al hun aandacht vorderde, voor een groot deel nogmaals te verrichten, alleen ter wille van meerdere uniformiteit.

„ Aansluiting aan het bestaande is daarom een eerste eisch. De wet, die in de eerste plaats door artikel 188 der Grondwet wordt gevorderd, zal zich moeten beperken tot het stellen van die algemeene regels, waaraan de behoefte is gebleken, met name ook ter aanwijzing van de middelen, die tot verzekering van het oppertoezicht en toezicht moeten strekken.

„ Daarna zal behooren te worden nagegaan in hoeverre de thans bestaande wetten, betreffende bijzondere onderwerpen van waterstaat, herziening behoeven en welke verdere wetten omtrent andere bijzondere onderwerpen van waterstaat noodig kunnen worden geacht."

Volgde uit het bovenstaande, dat in de eerste plaats de wet, bedoeld in artikel 188 der Grondwet, zou moeten worden tot stand gebracht, redenen van opportuniteit brachten de Commissie en ook de Regeering er toe de wet op de verveningen en die tot uitvoering van artikel 191 der Grondwet daaraan te doen voorafgaan. Den Isten September 1893 toch zou de termijn verstreken zijn, gedurende welken de wet van 6 Maart 1818 (Stbl. n°. 12), omtrent de straffen tegen de overtreders van algemeene verordeningen uit te spreken of bij provinciale of plaatselijke reglementen vast te stellen, ingevolge de wet van 10 Augustus 1892 (Stbl. n°. 181) nog zou

Sluiten