Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Behalve dus dat het oppertoezicht, ook over waterschappen, aan de Kroon en het toezicht aan Provinciale Staten is opgedragen, een toezicht dat overeenkomstig de Provinciale wet door Gedeputeerde Staten wordt uitgeoefend, gaan ingevolge het grondwettelijk voorschrift ook de reglementen dier instellingen van Provinciale Staten uit.

Het reglement kan men de grondwet van het waterschap noemen. Wel w orden thans en ook vroeger in de verschillende waterstaatswetten voorschriften gevonden die aan waterschappen bevoegdheden verleenen of daaraan verplichtingen opleggen, zoowel de bevoegdheden als de verplichtingen hangen toch ten nauwste samen met de inrichting dier instellingen en de reglementen door Provinciale Staten vastgesteld.

De wet van 1900 bevat thans eenige voorschriften betreffende oprichting, wijziging, opheffing, vereeniging en splitsing van waterschappen, veenschappen en veenpolders en betreffende vaststelling, wijziging of intrekking van de reglementen dier instellingen.

Zonder in bijzonderheden te treden, waartoe te minder aanleiding bestond, waar het eene reeds lang bestaande bevoegdheid gold, bepaalt de wet zich tot het geven van waarborgen, dat belanghebbenden in deze aangelegenheden zullen worden gekend: een desbetreffend voorstel mag niet door Provinciale Staten in behandeling worden genomen, zoolang belanghebbenden niet in de gelegenheid gesteld zijn daarvan kennis te nemen en van hunne bezwaren te doen blijken (art. 13).

Bij opheffing, vereeniging of splitsing moeten beschikkingen getroffen worden omtrent de bezittingen en schulden van de opgeheven, vereenigde of gesplitste waterschappen, veenschappen of veenpolders. Bij opheffing komt het batig saldo den ingelanden der opgeheven instelling ten goede, tenzij dat het nog moet strekken tot bekostiging van het onderhoud van werken of van andere lasten (art. 14).

Betreft de oprichting, wijziging of opheffing, of de vaststelling, wijziging of intrekking van reglementen, instellingen in meer dan eene provincie gelegen, dan schrijft artikel 63 voor, dat een en ander moet geschieden bij gemeenschappelijk besluit der betrokken Provinciale Staten. Kunnen deze niet tot overeenstemming komen, dan wordt op gelijke wijze als in dergelijke gevallen bij andere waterstaatsbelangen, welke meer dan eene provincie aangaan, plaats heeft, de noodige voorziening door de Kroon tot stand gebracht. Het reglement van zulke instellingen kan al wat het toezicht van Gedeputeerde Staten op het bestuur aangaat geheel of

Sluiten