Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9 Mei 1902, Stbl. 11". 54, tut toekenning van eenige bevoegdheden aan de besturen van waterschappen , veenschappen en veenpolders, welke de wet van 1841 heeft vervangen, spreekt hierover niet meer, hetgeen ook niet noodig is, met het oog op art. 155 der Grondwet, dat bepaalt, dat de rechterlijke macht alleen wordt uitgeoefend door rechters, welke de wet aanwijst, en genoemde colleges door geene wet daartoe worden aangewezen.

Wij hebben het reglement de grondwet van het waterschap genoemd, omdat het den grondslag voor zijn bestaan vormt en zijn inrichting vaststelt. De meeste zyner bevoegdheden ontleent het bestuur van een waterschap dan ook aan dit door Provinciale Staten vastgestelde reglement. Er zijn evenwel enkele bevoegdheden , die in de wet steun moeten vinden en deze nu worden voor zooveel noodig geregeld in de wet 1902. Vandaar ook haar titel.

Men zou de door haar behandelde stof gemakshalve in twee gedeelten kunnen onderscheiden.

Het eerste gedeelte omvat dan de artikelen 1 en 2, het tweede alle overige.

Artikel 1 bevat eene opsomming van verschillende bevoegdheden, welke aan de besturen van waterschappen, veenschappen en veenpolders zijn toegekend.

Kiachtens deze bevoegdheden kunnen bedoelde besturen in dringende gevallen, zelfs met terzijdestelling van de bepalingen van algemetne maatregelen van bestuur of andere verordeningen, de door hen noodig geachte maatregelen nemen. Ingeval van watersnood kunnen zij zoo noodig, overeenkomstig de onteigeningswet 1) den last tot onmiddellijke inbezitneming geven, terwijl zij voorts bevoegd zijn, zoo het reglement der instelling hun-dit opdraagt, zoowel ingelanden binnen hun gebied woonachtig als inwonende niet-ingelanden bij dreigend gevaar tijdelijk tot het verrichten van hand- en spandiensten in den daar omschreven omvang op te roepen en van hen verstrekkingen te vorderen. In bedoeld artikel wordt \erder van het recht tot aardhaling melding gemaakt en aan de besturen in quaestie de bevoegdheid gegeven, zoowel om de door hen bevolen werken en opruimingen bij weigering of nalatigheid van de daartoe verplichten voor rekening van dezen te doen uitvoeren , als om, v oorzoover hun bij het reglement hunner instelling of

1) Zie voor deze wet beneden onder Staatszorg voor de stoffelijke volkswelvaart.

Sluiten