Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van afhangt of die ruimere onteigening geacht kan worden in t algemeen belang te zijn. Zoo ja, dan is de wetgever ook bevoegd dit te verklaren.

De onteigeningswet vangt aan met een viertal algemeene bepalingen, zij is voorts verdeeld in vier titels en besluit met twee slotbepalingen. In de algemeene bepalingen wordt verklaard, dat onteigening ten algemeenen nutte plaats kan hebben in het publiek belang van den Staat, van een of meer provinciën, van een of meer gemeenten en van een of meer waterschappen, waaraan nog wordt toegevoegd, dat in dat publiek belang ook ten name van bijzondere personen, of vereenigingen, aan wie de uitvoering van het werk, dat onteigening vordert, is toegestaan, kan worden onteigend. \oorts geeft de wet aan, wie zij als eigenaars van het te onteigenen goed beschouwt en worden de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op het geding tot onteigening toepasselijk verklaard, voor zooveel daarvan niet is afgeweken. Als beginsel toch heeft de wet aangenomen, dat waar geen eigendomsoverdracht bij wijze van minnelijke schikking plaats vindt, de onteigening door den rechter moet worden uitgesproken.

De eerste titel handelt over onteigening in gewone gevallen, zij is in vier hoofdstukken verdeeld: „ Over hetgeen aan de verklaring van het algemeen nut vooraf behoort te gaan "; „ Over de eindaanwijzing der te onteigenen perceelen"; Van het geding tot onteigening"; en „Over de betaling van de schadeloosstelling".

In gewone gevallen wordt het algemeen nut uitgesproken door eene wet. Alvorens zij tot stand komt, wordt het voorloopige plan van het werk, in de gemeenten waardoor het zal loopen, ter inzage gelegd, opdat zij die bezwaren hebben, ze bij het gemeentebestuur kunnen indienen. Na de uitvaardiging der wet worden bij Koninklijk besluit de perceelen, die onteigend moeten worden, definitief aangewezen. Dit geschiedt niet dan nadat de gelegenheid is gegeven om bezwaren in te dienen bij commissiën uit Gedeputeerde Staten, welke zitting houden in de gemeenten waarop het werk betrekking heeft. Voorts komt het op het uitspreken der onteigening zelve aan. De onteigenende partij moet trachten het goed langs den weg van minnelijke schikking te verkrijgen. Mislukt dit, dan doet de rechtbank uitspraak, na verhoor van deskundigen en na een summier proces. Als zij den eisch toewijst, bepaalt zij tevens het bedrag der schadeloosstelling. Eerst wanneer deze is betaald of gerechtelijk geconsigneerd, volgt de overgang van den eigendom.

Sluiten