Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

richtingen, zonder voorafgaande vergunning kunnen worden opgericht, en om daarvoor in het belang der openbare orde, veiligheid of gezondheid eene bepaalde plaats of een gedeelte der gemeente aan te wijzen, met verbod om elders in de gemeente dat bedrijf uit te oefenen. Sedert de wijziging in 1901 in de wet aangebracht ') kan de gemeenteraad voorts in het belang van openbare orde, veiligheid of gezondheid het oprichten, hebben of houden van slachterijen of verwante inrichtingen verbieden, indien in de gemeente een zoogenaamd abattoir aanwezig is.

In verband met de veiligheidswet, waarover later, moet over de oprichting van fabrieken en werkplaatsen, welke tevens aan de bepalingen van genoemde wet zijn onderworpen, ook de inspecteur van den arbeid worden gehoord.

Met de hinderwet hangt in zekeren zin samen de stoomwet, wet van den 15dBn April 1896, Stbl. n°. 69, houdende regeling van het toezicht op het gebruik van stoomtoestellen. Deze wet heeft de oorspronkelijke regeling van 28 Mei 1869 (Stbl. n°. 97) vervangen. Geen stoomtoestel mag, zoover het niet uitdrukkelijk is vrijgesteld, in werking worden gebracht zonder vergunning van den Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid. Zij wordt niet verleend zonder voorafgaand onderzoek en beproeving van het toestel en onderzoek van zijn toebehooren door daarvoor aangewezen ambtenaren. Bij weigering van de vergunning is er hooger beroep op eene commissie van beoordeeling, uit vijf leden samengesteld. De in gebruik zijnde stoomtoestellen blijven, met hun toebehooren, aan een Regeeringstoezicht onderworpen. Tenminste eenmaal in de twee jaren (Kon. besluit van 19 October 1896, Stbl. n°. 163) zijn de ambtenaren verplicht een inwendig onderzoek omtrent de deugdelijkheid van den ketel in te stellen, waarbij de ketel buiten werking gesteld moet worden, en, zoo zij dit noodig oordeelen, den ketel op nieuw te beproeven. Bij de stoomketels der stoomvaartuigen geschiedt dit inwendig onderzoek ten minste eenmaal 'sjaars.

Voor de uitoefening van het bij de stoomwet voorgeschreven toezicht is het Rijk verdeeld in vijf districten. Het is onder den Minister opgedragen aan een hoofdingenieur, die hierin wordt bij-

1) Zie noot 1 bladz. 515. Deze wijziging was noodig geworden door een arrest van den Hoogen Raad van 11 Februari 1901 (W. v. h. R. 7547), dat aan de gemeenten de bevoegdheid hiertoe, welke zij op grond der wet meenden te bezitten, ontzeide.

Sluiten