Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de Zeeuwsche stroomen ,). Aan de belanghebbenden wordt voortdurend de gelegenheid gegeven om gekaakte haring, van de Nederlandsche zeevisscherijen afkomstig, op hunne kosten te doen keuren. De voorwaarden en wijze waarop dit, door daartoe aan te stellen personen, geschiedt, worden bij algemeenen maatregel geregeld 2).

De bevordering van de belangen der zeevisscherijen is opgedragen aan een „college voor de zeevisscherijen" bestaande uit 15 door den Koning voor den tijd van 3 jaren te benoemen leden. Dit college licht de Regeering voor omtrent alle met de zeevisscherij in verband staande onderwerpen en tracht de ontwikkeling van dezen tak van nijverheid, ook door het opsporen, bekend maken en helpen invoeren van elders tot stand gebrachte verbeteringen, zooveel mogelijk te bevorderen.

De werkzaamheden worden geregeld bij eene door den Koning vastgestelde instructie. De kosten worden gedragen door het Rijk. Het college stelt, onder goedkeuring van den Minister van Waterstaat Handel en Nijverheid, de keurmeesters van haring aan en regelt, onder koninklijke goedkeuring, het aan hen verschuldigd loon. De bijzondere ambtenaren, met de uitvoering der wet belast, worden door den Koning, op voordracht van het college, benoemd.

Maatregelen om desertie van zeevisschers tegen te gaan werden vastgesteld bij de wet van 28 Juni 1881, Stbl. n°. 98; bij de wet van 15 Januari 1886, Stbl. n°. 6, houdende wijzigingen van het bjj de wet van 3 Maart 1881, S. 35 vastgestelde Wetboek van Strafrecht en tegelijk daarmede in werking getreden, zijn evenwel de tegenwoordig daarvoor geldende bepalingen vastgesteld. (Zie de artt. 390 v.v. W. v. S. R.).

In het belang van de veiligheid der visschers in de Noordzee, die niet zelden aanvallen van buitenlandsche mededingers hebben te verduren, is den 6en Mei 1882 te 's-Gravenhage een internationale overeenkomst gesloten tot regeling van de politie der visscherij in de genoemde zee, buiten de territoriale wateren van het Rijk.

Bij wet van den 15den Juni 1883, Stbl. n°. 73 is dit tractaat goedgekeurd, terwijl tot uitvoering daarvan voorschriften zijn gegeven bij de wet van 7 December 1883, Stbl. n°. 202.

1) Deze voorschriften zijn thans te vinden in het K. B. van 15 Mei 1884, S. 107, gewijzigd 8 Januari 1885, S. 3 en het K. B. van 17 Aug. 1900, S. 149.

2) De tegenwoordige regeling berust nog op het K. B. van 2 Mei 1879, S. 99.

n

Sluiten