Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet, dan wordt het geschil ten spoedigste bij de Kamer zelve aanhangig gemaakt, die, indien zij meent, dat de tusschenkomst kan leiden tot voorkoming of vereffening van het geschil, een verzoeningsraad benoemt. Die verzoeningsraad deelt, na gehouden onderzoek en beraadslaging, aan partijen schriftelijk zijn oordeel mede over het geschil en over de middelen tot verzoening. Zij kan besluiten, dat dit verslag, waarin, indien deze het verlangt, het gevoelen der minderheid wordt opgenomen, geheel of gedeeltelijk openbaar gemaakt zal worden.

Partijen zijn evenwel zoo min aan de uitspraak van het bestuur als aan die van een dergelijken verzoeningsraad gebonden, deze uitspraken missen dwingende kracht. Onderwerpen partijen het geschil aan een scheidsrechterlijke beslissing, dan zijn, in afwijking van het bepaalde in het tweede lid van art. 622 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, ook vrouwen tot scheidsrechters benoembaar. Waar het geschil een rechtsquaestie betreft, blijven partijen overigens bevoegd de tusschenkomst der rechterlijke macht in te roepen.

Wij vermelden hier ten slotte nog, dat iedere Kamer van Arbeid verplicht is jaarlijks een verslag van hetgeen door haar is verricht aan den Minister van Binnenlandsche Zaken over te leggen, welk verslag in zijn geheel, of gedeeltelijk aan de Staten-Generaal wordt medegedeeld ').

4. De Phosphorluciferswet 1901. Hoewel in den algemeenen maatregel van bestuur tot uitvoering der Veiligheidswet *) voorschriften zijn gegeven tot afvoer van schadelijke dampen en tot luchtverversching ook in lucifersfabrieken en krachtens art. 4 der Arbeidswet bij K. B. van 24 Juni 1898 (Stbl. n°. 148) eenige bepalingen zijn vastgesteld, die voorwaardelijk of onvoorwaardelijk verbieden jeugdige personen en vrouwen in fabrieken en werkplaatsen werkzaamheden te doen verrichten waar phosphordampen kunnen ontstaan , is gebleken dat dit niet voldoende was. De uitgevaardigde voorschriften waren niet in staat om het voorkomen van gevallen van phosphornekrose te verhinderen, zoodat de noodzakelijkheid werd

1) Voor uitvoeringsbesluiten in zooverre niet reeds genoemd zie K. B. 3 Jan. 1898, S. 2; 25 Juni 1898, S. 150; 5 Juli 1898, S. 173.

2) Zie blz. 534.

Sluiten