Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men niet dadelijk een te groot aantal bedrijven daaraan onderwerpen, doch achtte het beter tot uitbreiding over te gaan na opgedane ondervinding op eenigszins beperkt gebied.

De aan de wet onderworpen bedrijven zijn bij algemeenen maatregel van bestuur verdeeld in gevarenklassen, waarin de verschillende ondernemingen worden ingedeeld. Elke gevarenklasse bevat een zeker aantal gevarenpercenten, waarop het tarief is gebaseerd ter berekening der premie, welke moet worden betaald door de ondernemingen bij de Rijksverzekeringsbank aangesloten. Toewijzing van een gevarenpercent heeft dus alleen voor de laatstbedoelde ondernemingen plaats, met het oog op vergoeding van een aandeel in de administratiekosten der Bank worden evenwel ook de niet aangesloten ondernemingen in een gevarenklasse ingedeeld.

De zorg voor de uitvoering der wet is opgedragen aan het Bestuur der Rijksverzekeringsbank, dat uit drie leden bestaat. Het heeft beschikking over agenten, die onder zijne bevelen toezicht uitoefenen, terwijl behoudens andere aan haar opgedragen werkzaamheden hiermede nog zijn belast plaatselijke commissies, Voor bepaalde kringen door de Kroon in te stellen, waarvan de leden ten gelijken getale uit de werkgevers en werklieden, de voorzitters daarbuiten, worden benoemd. In sommige gevallen beschikt het Bestuur over de Rijks- en de gemeentepolitie. Overigens is de administratieve organisatie geheel gebaseerd op het stelsel van aansluiting aan de posterijen. De postkantoren zijn tevens kantoren van de Bank. Zij bemiddelen in bepaalde gevallen de betrekking tusschen het Bestuur der Bank aan de eene en de werkgevers of werklieden aan de andere zijde.

Terwijl het Bestuur voor al zijne handelingen verantwoordelijk en rekenplichtig is aan den Minister van Binnenlandsche Zaken, is een afzonderlijk college belast met het toezicht op den toestand en het beheer van de Bank. Dit college, de Raad van Toezicht, wordt door de Koningin benoemd, waarbij zij voor een derde in haar keus beperkt is tot werkgevers, voor een derde tot werklieden. Uit zijn midden moet een commissie worden aangewezen met wie het Bestuur der Bank overleg moet plegen ten aanzien van het beheer en de belegging der door de Bank ontvangen gelden. De Nederlandsche Bank treedt als haar kassier op.

Verder is het Bestuur der Bank verplicht jaarlijks voor de samenstelling van een ongevallenstatistiek te zorgen en om de vijf jaren «ene wetenschappelijke balans te doen opmaken.

Sluiten