Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waarborg tegen mogelijke onjuistheid van de door het Bestuur der Bank genomen beslissingen wordt in verschillende gevallen gegeven door aan de betrokken personen, en in een enkel geval ook aan de boven reeds genoemde plaatselijke commissiën, recht van beroep toe te kennen. De wet zelve bepaalt slechts, dat over dit beroep geoordeeld zal worden door raden van beroep, waarin werkgevers en werklieden zitting zullen hebben, en in hoogste ressort door een college voor het Rijk. Voor het overige draagt zij alles, wat de samenstelling dezer colleges en de procedure betreft, op aan een nadere wet.

Aan deze opdracht is voldaan door de „ Beroepswet", de wet van 8 December 1902, Stbl. n°. 208, tot uitvoering van artikel 75 der Ongevallenwet 1901.

De door deze wet getroffen regeling is uit den aard der zaak te beschouwen als eene partieele regeling der administratieve rechtspraak »). Dit bracht eigenaardige moeilijkheden mede. Zooals de Minister van Justitie bij de openbare beraadslaging in de Eerste Kamer zeide: „Thans in het begin der 20s,e eeuw is onze Nederlandsche Staat nog altijd niet wat men pleegt aan te duiden met den naam: rechtsstaat, omdat wij nog missen een regeling der algemeene administratieve rechtspraak. Om het in een beeld uit te drukken: Onze Staat is te vergelijken met een gebouw waar een dak aan ontbreekt.

Wat hebben wij nu gedaan? Alvorens dat dak te maken, zijn wij. begonnen het gebouw te meubileeren met sociale wetgeving, en in een der lokalen van dat gebouw hebben wij de Ongevallenwet met groote moeite ondergebracht. Om nu op dat bijzonder gedeelte een dak aan te brengen is een bezwaarlijk werk."

Het is evenwel onze bedoeling niet de geschiedenis van de totstandkoming dezer wet te behandelen, of zelfs, zij het dan ook zeer in 't kort, den inhoud daarvan weer te geven, wij willen slechts de aandacht vestigen op de hoofdbeginselen daarin neergelegd.

Zooals we met een enkel woord zeiden moeten volgens het voorschrift reeds der Ongevallenwet in de raden van beroep werkgevers en werklieden zitting hebben, waarmede dus het leekenelement in deze soort rechtspraak is gebracht. Het is evenwel niet

1) Zie boven blz. 287 env. speciaal ook blz. 299.

Sluiten