Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

regelen en dit te beperken of uit te breiden, mits daarbij niet in strijd komende met de bepaalde voorschriften der Grondwet ').

De wijze waarop de wet in aansluiting aan de Grondwet de macht der Provinciale Staten behandelt, geeft aanleiding vierderlei roeping van dit college te onderscheiden.

I. Aan hen behoort de regeling en het bestuur van het provinciale huishouden 2).

Dit voorschrift bevat de erkenning der provinciale autonomie. De Provinciale Staten bezitten de wetgevende macht met betrekking tot alle onderwerpen van provinciaal belang. De door de Staten vastgestelde reglementen of verordeningen hebben dezelfde bindende kracht in de provincie als de wetten door den algemoenen wetgever tot stand gebracht in het geheele Rijk.

In één opzicht zijn zij echter gebonden: een provinciale verordening hehoeft alvorens te kunnen werken de goedkeuring des Konings. Het desbetreffende grondwettelijk voorschrift is in 1887 aangevuld met de bepaling, dat de Koninklijke goedkeuring alleen bij een met redenen omkleed besluit, den Raad van State gehoord, mag worden geweigerd 3).

Omtrent dit recht der Kroon bestaan verschillende opvattingen. De Provinciale Wet is ontworpen, verdedigd en aangenomen in den geest van Thorbecke's uitspraak, dat de Kroon in de provincie

1) Dat liet oude artikel 135 werkelijk belemmerend gewerkt heeft, blijkt o. a. uit het weglaten van een bepaling als art. 238 der Gemeentewet bevat, welke naar het voorstel van Thokbecke na art. 117 Prov. wet behoorde te worden opgenomen, hetgeen evenwel met het oog op gemeld artikel niet is geschied.

2) Art. 130 Prov. wet. Art. 134, ls,e lid der Grondwet luidt: Aan de Staten wordt de regeling en het bestuur van de huishouding der provincie overgelaten.

Art. 181, ls,e lid G. W. 1848 was gelijkluidend behalve dat daarin stond „door de wet overgelaten.''

3) Art. 134. Aan de Staten wordt de regeling en het bestuur van de huishouding der provincie overgelaten.

Zij maken de verordeningen, die zij voor het provinciaal belang noodig oordeelen.

Die verordeningen behoeven de goedkeuring des Konings; deze kan niet worden geweigerd dan bij een met redenen omkleed besluit, den Raad van State gehoord.

Sluiten