Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

één tak der provinciale wetgevende macht uitmaakt, dat de monarchie zich in de provincie repeteert ')•

Een dergelijke voorstelling gaat o. i. echter veel te ver 2): de Provinciale Staten zijn alleen wetgevers voor de provincie, maar hunne besluiten behoeven het exequatur des Konings. In dien zin opgevat wordt het recht des Konings ook betiteld met den naam van „ placet."

Als vertegenwoordiger der eenheid zorgt de Koning, dat de zelfstandige onderdeelen de grenzen hunner macht steeds voor oogen houden. Hij kan geen ontwerp van provinciale verordeningen aanbieden, m. a. w. hij kan niet, evenals bij de Sta ten-Generaal, gebruik maken van het recht van initiatief. Hij heeft zich te bepalen tot het goed- of afkeuren der door de Staten vastgestelde verordeningen. Ook met betrekking tot dit punt mag evenwel geen willekeur heerschen in dier voege, dat de Koning het in zijne macht zou hebben een verordening buiten werking te houden, door het onbeslist te laten of zij zijne goedkeuring al dan niet wegdraagt. De wet voorziet hierin. De Koning moet zich binnen twee maanden na de dagteekening van de vaststelling der verordening verklaren, tenzij hij de beslissing wegens eene of andere omstandigheid verdaagt. In dit geval moet het daartoe strekkende besluit, eveneens binnen twee maanden na de vaststelling der verordening te nemen, met redenen omkleed zijn 3). Verder heeft hij niet de bevoegdheid de verordening voor een gedeelte goed, en voor een ander gedeelte af te keuren — hetgeen een soort van door den Koning uit te oefenen recht van amendement zou zijn, dat door de wet wordt gewraakt — hij kan zijne goed- of afkeuring alleen verleenen aan de verordening in haar geheel, zooals zij door de Staten is vastgesteld 4) 5).

1) In 1863 heeft Mr. Thokbecke dit in een zitting der Eerste Kamer (30 December) nog eens scherp geformuleerd: „De monarchie van den Staat repeteert zich in de provincie, met dit onderscheid, dat in den Staat de Koning, in de provincie de provinciale vertegenwoordiging het initiatief heeft. Maar de Koning heeft het recht van goedkeuring als deelgenoot aan de wetgevende macht."

2) Zie hierover uitvoeriger Buys II, blz. 93 v.

3) Art. 98 Prov. wet.

4) Art. 99 Prov. wet.

5) Het verschil van opvatting ten aanzien van de beteekenis van het goedkeuringsrecht der Kroon is van practisch belang met betrekking tot

Sluiten