Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Grondwet vordert de zelfstandigheid der lagere corporatiën zooveel mogelijk te eerbiedigen. Wanneer evenwel de Rijkswetgever in de eerlijke overtuiging, dat ten aanzien van een bepaald onderwerp de behoefte aan een uniforme regeling, zij het ook slechts in hoofdtrekken, voor het geheele land is geboren, een dergelijke regeling tot stand brengt, dan wordt wel de macht der lagere organen beperkt, het beginsel der autonomie wordt daardoor niet geschonden ').

De provinciale wetgever zal zich dus niet mogen begeven buiten de grenzen van eigen huishouding, hij zal evenwel ook hebben zorg te dragen, dat zijne verordeningen en reglementen niet in strijd zijn met de wet of het algemeen belang. Behalve het preventieve toezicht der Kroon, dat hiervoor evenzeer zorg zal hebben te dragen 2), zijn ook repressieve maatregelen mogelijk. De dooide Staten vastgestelde en door de Kroon goedgekeurde reglementen en verordeningen kunnen, zoo zij met de wetten of het algemeen belang strijdig zijn, door eene wet, die tevens de gevolgen regelt, worden geschorst of vernietigd 3).

Voor het overige hebben de Provinciale Staten de vrije regeling der huishoudelijke belangen van hunne provincie. Ook geldt hierbij dezelfde regel als bij hunne verordeningen, dat geen hunner besluiten in strijd mag zijn met de wet of het algemeen belang, en het behoort tot de macht des Konings, als bekleed met het uitvoerend gezag, om zulke besluiten te schorsen of te vernietigen 4). Maar opdat ook hier geen willekeur heersche, schrijft de Provinciale Wet voor, op welke wijze de vernietiging of schorsing moet geschieden, nl. bij een met redenen omkleed in het Staatsblad te

1) Zie over het hier besproken onderwerp uitvoerig Mr. J. Oppexheim, Het Nederlandsch Gemeenterecht, 2" druk. Deel I blz. 55 v.

2) Volgens Mr. Thokbecke, Brief aan een lid der Provinciale Staten, blz. 18 heeft de Koninklijke goedkeuring drieërlei grond:

1°. Handhaving van de Rijkswetten of van het Rijksbelang.

2°. Handhaving van de belangen van andere plaatsen of provinciën, welke bij de verordeningen eener derde betrokken kunnen zijn.

3°. Handhaving van het belang der provincie zelve, van de belangen of rechten harer deelen, gemeenten of ingezetenen, bij eenzijdige, onjuiste, partijdige provincie-verordeningen miskend.

3) Art. 167 Prov. wet.

4) Art. 166 ibidem.

Sluiten