Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevorderd wordt, wijzen de Provinciale Staten in hunne zomervergadering een lid aan, hetwelk alleen voor de behandeling der

te beslissen zaak zitting neemt ').

„De Gedeputeerde Staten zijn de eigenlijke uitvoerders, de eigenlijke departementen van binnenlandsche zaken in de provinciën " 2). Ze zijn belast met de dagelijksche leiding en uitvoering der zaken, „ hetzij de Staten zijn vergaderd of niet" s). Zij zijn het, die gelijk wij reeds zagen 4) de taak vervullen, door de Grondwet of Provinciale Wet aan de Staten opgedragen, met betrekking tot de uitvoering van de wetten, maatregelen van bestuur en Koninklijke bevelen, waarvoor zij onder 'sKonings goedkeuring de noodige verordeningen en reglementen maken.

Aan hen is voorts in het bijzonder het toezicht over de handelingen der gemeentebesturen en waterschappen opgedragen 5), hetgeen wij eveneens als tot de bevoegdheid der Provinciale Staten behoorende hebben beschouwd. Verder onderzoeken zij de gemeenteverordeningen , terwijl alle keuren of politie-verordeningen dei waterschapsbesturen aan hunne goedkeuring onderworpen zijn 6); zij oefenen een gestadig toezicht uit op de provinciale belangen, beheeren de provinciale inkomsten en eigendommen, en bereiden alles voor wat in de vergadering der Provinciale Staten moet worden behandeld 7). De ambtenaren der provincie worden door

1) Art. 89 Prov. wet.

2) Boissevain" t. a. p. blz. 58. In de Provinciale Wet wordt eene bepaling als art. 180 der Gem. wet bevat (zie bladz. 314 noot 3) gemist. Moet hieruit worden besloten, dat Ged. Staten ook het recht missen om te doen wegnemen, beletten of verrichten, wat in strijd met een verordening is tot stand gebracht, ondernomen of nagelaten? Het komt ons voor van niet. Een dergelijk recht is o. i. noodzakelijk besloten in de uitvoeringsbevoegdheid. Dat het voorschrift van art. 180 in de Gem. wet is opgenomen , is het gevolg van de aarzeling die bij de rechtelijke macht bestond om het begrip uitvoering zoo ruim op te vatten. In genoemd art. 180 is nu ook bepaald, dat de kosten op den overtreder kunnen worden verhaald. In tal van naderhand tot stand gekomen wetten is de bepaling uitdrukkelijk opgenomen. Zie ook Mr. Oppenheim, Het Nederlandsch Gemeenterecht,

2e druk Dl. II, blz. 91 v.

3) Art. 149 Prov. wet, in verband met art. 139 (oud 136) Grondwet.

4) Zie boven blz. 572. Vgl. art. 151 Prov. wet.

5) Art. 161 ibid. Vgl. bladz. 569 v.

6) Art. 158 Prov. wet. Zie ook bladz. 472.

7) Artt. 154, 155 en 157 ibid.

Sluiten