Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen blijven bekleeden ')• Dit is vervallen door de instelling van ambtenaren van het openbaar ministerie bij de kantongerechten 2).

De Burgemeester is verplicht zijn vaste woonplaats te hebben in zijne gemeente, of, is hy Burgemeester van meer dan ééne gemeente, in eene daarvan. Ook van deze verplichting kan hij door den Koning ontheven worden, alweder „ in het belang der gemeente en nadat Gedeputeerde Staten zijn gehoord, en ook het gevoelen van den Raad is ingewonnen. In dat geval is hij echter verplicht op vaste, door Gedeputeerde Staten te bepalen, dagen in zijne gemeente voor eiken ingezetene te spreken te zijn 8).

Dat bijzondere omstandigheden een dergelijke ontheffing kunnen rechtvaardigen, wanneer zij niet in strijd is met het belang der gemeente, is te begrijpen; ook kan zij „in het belang der gemeente" zijn, omdat anders wellicht geen geschikte Burgemeester te verkrijgen ware.

In nauw verband met het beginsel, dat het hoofd van het bestuur zich zooveel mogelijk in zijne gemeente moet ophouden, staat de bepaling, dat hij haar niet zonder verlof voor eenigen tijd kan verlaten. Voor langer toch dan acht dagen heeft hij het verlof van den Commissaris des Konings, voor langer dan ééne maand dat van den Minister van* Binnenlandsche Zaken noodig 4). Gedurende zijne afwezigheid wordt hij door den oudsten Wethouder vervangen.

De Burgemeester is door den aard zijner betrekking „ de man der gemeente, maar tegelijkertijd toch ook de hand van het algemeen gouvernement" 5). Zijne verhouding tot de gemeente brengt mede, dat hij in de eerste plaats als orgaan der gemeente optreedt en als zoodanig aan het hoofd van den Raad en van het dagelijksch bestuur de werkzaamheden en de zittingen van beide colleges leidt, de orde handhaaft, en alles voorbereidt, wat daar ter tafel moet worden gebracht, en de gemeente in alle omstandigheden en in

1) Art. 292 Gem. wet.

2) Ygl. blz. 281 en de wet van 9 April 1877, S. 73.

3) Art. 74 Gem. wet.

4) Art. 75 ibid.

5) Zie boven blz. 586 noot 6. Vgl. ook Boissevain t. a. p. Algemeen

overzicht bladz. 25. Krachtens het Wetboek van Strafvordering zijn de

Burgemeesters van gemeenten, waar geen commissaris van politie is,

tevens hulpofficieren van Justitie. Zie artt. 8, 16 en 34 W. v. S. V.

Sluiten