Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaren zitting; de helft treedt om de drie jaren af, maar is herkiesbaar. De tijd van aftreding en verkiezing is de eerste Dinsdag in September, terwijl tusschentijds openvallende plaatsen binnenveertien dagen vervuld moeten worden ').

Daar het somwijlen moeielijk is geschikte personen te vinden voor eene betrekking, welke naast die van Burgemeester de gewichtigste is in het bestuur eener gemeente, heeft de wet ten opzichte van de gelijktijdige waarneming er van met andere ambten eene grootere vrijheid toegestaan. Met uitzondering van de betrekking van ambtenaar bij het bestuur van 's Rijks directe belastingen mogen zij alleen die, welke volstrekt onvereenigbaar zijn met het Burgemeesterschap, niet gelijktijdig waarnemen 2). Evenals Gedeputeerde Staten genieten de Wethouders eene jaarwedde, waarvoor dezelfde regel geldt, dat nl. de helft als vast inkomen, de andere helft als presentiegeld wordt beschouwd 3). Zij wordt op dezelfde wijze als voor die van den Burgemeester bepaald is, door Gedeputeerde Staten vastgesteld.

De wet schrijft voor hoevele malen de Raad in elk geval bijeen moet komen, ten einde over de belangen der gemeente te beraadslagen, nl. ten minste zes malen 'sjaars. Overigens kan het reglement van orde bepalen op welke tijden de gewone vergaderingen plaats zullen vinden, terwijl het Dagelijksch Bestuur en ook de Burgemeester alleen, de bevoegdheid hebben den Raad zoo dikwijls bijeen te doen komen, als de belangen der gemeente dit naar hunne meening vorderen. De leden worden door den voorzitter, met opgave der aan de orde zijnde werkzaamheden, ten minste tweemaal vier-en-twintig uren te voren opgeroepen. Bij spoedeischende gevallen kan deze termijn zooveel korter zijn, als noodig blijkt. Verder kunnen ook de leden zelf den voorzitter uitnoodigen eene vergadering van den Raad te beleggen, mits dit geschiede in gemeenten beneden 20000 zielen door drie, in de andere gemeenten door een vijfde der leden, die de redenen daarvoor schriftelijk moeten opgeven 4).

De Raad kan geen zitting houden, tenzij de grootste helft van het aantal leden, overeenkomstig de wet voor de gemeente bepaald, opgekomen is; en ten einde te beletten, dat zij door opzettelijk

1) Artt. 80 , 83 en 84 Gem. wet.

2) Art. 89 ibid.

3) Art. 94 ibid.

4) Artt. 40, 41 en 52 ibid.

Sluiten