Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weg te blijven de afdoening der zaken verhinderen, is voorgeschreven, dat wanneer na eene tweede oproeping slechts de minderheid is opgekomen in een derde vergadering, wanneer ook overigens aan de daarvoor gestelde bepalingen is voldaan 1), met de tegenwoordig zijnde leden kan worden voortgegaan.

Ook voor de zittingen van den Raad is het beginsel van openbaarheid gehuldigd. De belangstelling in de gemeente-huishouding is de beste waarborg voor de richtige behartiging van hare belangen. Dit beginsel hangt nauw samen met het geheele stelsel der Grondwet ; de openbaarheid der zittingen kon hier niet geweigerd worden, daar zij voor de algémeene en provinciale vertegenwoordiging was toegestaan. Niet alleen moet ter algemeene kennis worden gebracht, dat eene zitting plaats zal hebben 2), maar zelfs heeft ieder ingezeten de bevoegdheid, ter secretarie inzage te nemen van die besluiten van den Raad, welke niet geheim zijn, en zich daarvan op eigen kosten afschriften te doen uitreiken 3). De regel is dat de vergaderingen in het openbaar worden gehouden, doch op voorstel van den Burgemeester of een zeker aantal leden kan over onderwerpen , voor behandeling in eene openbare zitting minder vatbaar, in besloten vergadering beraadslaagd en gestemd worden. Opdat evenwel van deze bevoegdheid door de gemeenteraden geen misbruik worde gemaakt, noemt de wet 4) eenige onderwerpen op, waarover in eene besloten vergadering niet kan worden beraadslaagd, noch een besluit genomen. Deze zijn: de toelating van nieuwe leden; de begrooting en rekening der gemeente; het doen van uitgaven op de begrooting niet voorkomende, of de daarvoor uitgetrokken posten te bovengaande en het aanwijzen van middelen om ze te bestrijden; het invoeren, wijzigen of afschaffen van belastingen ; het aangaan van geldleeningen; het vervreemden of bezwaren, of het onderhands verhuren, verpachten of in gebruik geven van gemeente eigendommen; het onderhands aanbesteden van werken of leverantiën, en eindelijk het tot stand brengen of opheffen van inrichtingen van openbaar nut; al te gader zaken, waarover zooveel mogelijk het volle licht van openbaarheid schijnen moet.

De Raad heeft de bevoegdheid aan vaste commissiën uit zijn

1) Zie artt. 48 en 49 Gem. wet.

2) Artt. 41 en 43 ibid.

3) Art. 72 ibid.

4) Art. 44 ibid.

Sluiten