Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wier overtreding straffen worden bedreigd. Tot de eerstgenoemde behooren bijv. verordeningen op de regeling van het onderwijswezen, de benoeming van ambtenaren, de wijze van heffing van belastingen, de verdeeling van de stad in wijken, enz., die allen een zuiver administratief karakter bezitten.

De meeste verordeningen behooren echter tot de tweede soort. Zij hebben nu eens betrekking op de openbare veiligheid en orde, dan weder op de zedelijkheid en gezondheid, en op verscheidene andere onderwerpen, welke voor de gemeentehuishouding van belang zijn. Daarbij wordt niet alleen verboden zekere handelingen te doen, maar worden ook den ingezetenen verplichtingen opgelegd. De politiemacht van den plaatselijken wetgever strekt zich ver uit; de plaatselijke strafverordeningen behelzen niet zelden ingrijpende beperkingen van het eigendomsrecht, welke echter altijd in het algemeen belang moeten wortelen. Zoo kan eene verordening voorschriften inhouden omtrent het bouwen, in het belang der openbare veiligheid en gezondheid; zoo kan de plaatselijke wetgever bepalen, hoe bijv. de stoep van een aan een particulier toebehoorend huis moet ingericht zijn, of verbieden, dat er voorwerpen op geplaatst worden, die gevaarlijk zijn of de straat ontsieren ').

De verplichting in art. 140 der Grondwet van 1848 neergelegd om de gemaakte verordeningen aan Provinciale Staten mede te deelen, is in de Gemeentewet zoodanig nader geregeld of eigenlijk beperkt, dat elke verordening aan Gedeputeerde Staten moet worden medegedeeld, zoodra dezen daartoe aanvrage doen. Van elke strafverordening evenwel moet binnen tweemaal vier en twintig uren nadat zij door den Raad is vastgesteld, een afschrift aan Gedeputeerde Staten worden gezonden. Zij mag niet worden afgekondigd, alvorens het bericht van ontvangst van dit college is uitgegaan. Deze regeling is zeer doelmatig, daar zij Gedeputeerde Staten in de gelegenheid stelt tijdig hunne aanmerkingen te maken. Daaraan wordt zeer dikwijls gevolg gegeven. Geschiedt dit niet, en blijven Gedeputeerden bij hun gevoelen, dan dragen zij zoo noodig de verordening den Koning ter vernietiging voor.

Verder bepaalt de Gemeentewet omtrent de strafverordeningen.

1) De strijd over de vraag, of de gemeente bevoegd was te verbieden te bouwen op grond in de naaste toekomst voor stratenaanleg bestemd, is thans door art. 27 der Woningwet op voor de gemeente gunstige wijze voor goed beslist.

Sluiten