Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door haar opgelegd, of door haar genoten in den vorm van opcenten op enkele Rijksbelastingen.

De belastingen, welke de gemeente rechtstreeks opleggen kan, zijn '): een hoofdelijke omslag of andere directe belasting naar het inkomen; eene belasting op de honden, op tooneelvertooningen en andere openbare vermakelijkheden, rechten en loonen voor het genot van gemeente-inrichtingen en andere heffingen, waarvan wij boven reeds melding hebben gemaakt en bijzondere belastingen wegens gebouwde eigendommen, kort-af wel straat- ofbouwgeldengenoemd. Bovendien kunnen nog krachtens bijzondere wetten heffingen geschieden, terwijl bij hooge uitzondering in sommige gemeenten nog belastingen in natura worden geheven, welke laatste evenwel het karakter dat de overige belastingen meer of minder 2) vertoonen, n. 1. te dienen tot dekking der plaatselijke uitgaven, missen.

Opcenten mogen tegenwoordig alleen geheven worden op de hoofdsom der grondbelasting en die der personeele belasting.

In den loop der tijden is voor tal van gemeenten de plaatselijke directe belasting naar het inkomen de belangrijkste geworden. De wijzigingen in dit opzicht aangebracht en zelf weder na kort tijdsverloop herzien 3) toonen aan hoe moeilijk het is een bevredigende regeling hiervan te treffen. Het tegenwoordige artikel 243 geeft den gemeentelijken belastingwetgever gelegenheid de plaatselijke directe belasting te heffen, met of zonder aangifte der belastingschuldigen, hetzij naar het geschatte inkomen, hetzij naar een inkomen, afgeleid uit den uiterlijken staat, volgens in de verordening vermelde grondslagen.

De regels welke hij daarbij in acht heeft te nemen zijn ook in dit artikel neergelegd. In hoofdzaak komen deze hierop neer. Overeenkomstig het zoogenaamde Benthamsche stelsel wordt het belastbaar inkomen berekend door van het geschatte of afgeleide inkomen een som voor noodzakelijk levensonderhoud af te trekken, een som voor alle aanslagen gelijk, of in verband met de samen-

1) Art. 240 Grem. wet.

2) De belasting op de honden en die op de tooneelvertooningen zijn niet in de eerste plaats als middelen tot dekking van uitgaven bedoeld. Zie Oppenheim t. a. p. i. blz. 654 v.

3) In 1897 gewijzigd is art. 243 reeds weder in 1900 herzien. Zie voor de geschiedenis van het artikel Oppenheim t. a. p. i. blz. 523 v.

Sluiten