Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelling van het gezin op gelijken voet berekend. Bepaalt de gemeentelijke belastingwetgever zich tot dezen verplichten aftrek en heft hij een gelijk percentage van alle aldus verkregen belastbare inkomens, dan is het gevolg daarvan eene geringe progressie.

Het is evenwel ook geoorloofd, binnen de daarvoor gestelde grenzen, een duidelijk uitgesproken progressie in de verordening neer te leggen. De bedoeling is dus heffing naar het draagvermogen dei belastingschuldigen mogelijk te maken, doch der gemeente een band aan te leggen en zorg te dragen, dat zij zoomin een bovenmatige progressie zal vorderen als bij de regeling daarvan willekeurig te werk zal gaan. Met het oog daarop beschouwt de wetgever het belastbaar inkomen — dat is dus het geschatte of afgeleide inkomen verminderd met de som voor noodzakelijk levensonderhoud als bestaande uit verschillende deelen. Het eerste deel is dan gelijk aan het bedrag waarvan het kleinste percentage aan belasting geheven wordt, de overige deelen noemt hij, dit bedrag als uitgangspunt van zijne berekening aannemende, „toenemingen". Isu is het geoorloofd van die verschillende toenemingen verschillende percentages te heffen, zóó evenwel dat het percentage van een volgende toeneming geheven nooit kleiner mag zijn dan het percentage geheven van een vorige, terwijl als uiterste grens is bepaald, dat het hoogste percentage, dat wordt gevorderd, niet meer mag bedragen dan tweemaal het percentage in totaal geheven van een belastbaar inkomen in grootte gelijk aan anderhalf maal de kleinste som, die voor noodzakelijk levensonderhoud wordt afgetrokken.

Bovendien valt nog op te merken, dat bij schatting van het inkomen de deelen daarvan die voortspruiten uit een vermogen van f 13000 of hooger, op hun werkelijk zuiver bedrag in rekening worden gebracht, doch dat de overige deelen met ten hoogste 25 °/0 kunnen worden verminderd.

Indeeling der inkomens in klassen en ook afwijking van de gestelde regels betreffende de progressie in bijzondere omstandigheden is toegelaten , mits de verdeeling der lasten daarbij slechts weinig verschilt van die door toepassing van die regels zou worden verkregen.

Wat de belasting wegens gebouwde eigendommen betreft, deze is, zooals wij reeds door de namen straat- en bouwgeld te kennen gaven van tweeërlei aard. De eerste belasting wordt geheven naarmate de vaste goederen, die daardoor getroffen worden, genot hebben

Sluiten