Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De mededeeling van de verordeningen in het algemeen werd door de Grondwet van 1848 uitdrukkelijk bevolen '). Waarvoor die mededeeling? Het antwoord ligt voor de hand. Gedeputeerde Staten zyn vooral met het toezicht belast, dat geen strijd zich openbare tusschen de gemeenteverordening en de Rijkswet, den algemeenen maatregel van bestuur of het provinciaal reglement, of wel dat in die verordeningen niets geregeld worde, wat treedt in hetgeen van algemeen Ryks- of provinciaal belang is of het algemeen belang kan benadeelen. Verder strekt zich dan ook de bevoegdheid van Gedeputeerde Staten niet uit, en hoe loffelijk hun pogen moge zijn, om zooveel mogelijk eenvormigheid in de verordeningen der verschillende gemeenten te brengen, zij zijn niet bevoegd, anders dan op officieuse wijze, aanmerkingen te maken op de redactie of de regeling eener aangelegenheid, wanneer zij zich daarmede niet volkomen kunnen vereenigen; alleen in de bovenvermelde gevallen kunnen zij zich met kracht doen gelden.

Van verordeningen waarbij straffen zijn bedreigd, moet, naar wij reeds gezien hebben een afschrift aan hen opgezonden worden 2). Van de ontvangst daarvan geven zij binnen veertien dagen bericht aan den Raad. Wordt daarbij niet te kennen gegeven, dat de verordening aan den Koning ter vernietiging of schorsing voorgedragen is, dan kan de afkondiging veertien dagen na de dagteekening van het bericht van ontvangst plaats vinden. De Koning moet binnen twee maanden zijne beslissing kenbaar maken. Is in dien tusschentijd geene vernietiging of schorsing gevolgd dan wordt het er voor gehouden, dat hij het gevoelen van Gedeputeerde Staten niet deelt s).

Dat het bedrag der presentiegelden door hen wordt vastgesteld, en dat zy ook de jaarwedden van den Burgemeester, de Wethouders, den secretaris en den ontvanger onder nadere goedkeuring des Konings bepalen, hebben wij boven reeds aangeteekend.

Eindelijk oefenen Gedeputeerde Staten eene soort van censuur of strafrechterlijke rechtsmacht uit over de leden van den Raad. Heeft toch een van dezen gehandeld in strijd met de wet, door deel te

1) Wij zagen boven, dat de Gemeentewet deze verplichting tot mededeeling der strafverordeningen en mededeeling der overige op aanvraag heeft beperkt en dat de Grondwet van 1887 dezen eisch geheel heeft laten vallen, de regeling aan de wet overlatende.

2) Art. 167 Gem. wet.

3) Art. 170, 2® lid, ibid.

40

Sluiten