Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behoorende tot de groep van de Groote en Kleine Antillen, anders meer bekend onder den algemeenen naam van West-Indië.

De Grondwet spreekt van „koloniën en bezittingen in andere werelddeelen" '). Deze onderscheiding heeft eigenlijk nog slechts geschiedkundige beteekenis. Oudtijds verstond men onder eene kolonie, de vestiging van een deel der bevolking van een Staat buiten zijn eigen grondgebied om den grond te bebouwen en een eigen gemeenschap te vormen. 2) In dezen zin beantwoordt het begrip volkomen aan het Nederlandsche „volksplanting". Veroverde en onderworpen landen werden als zoodanig nooit met den naam kolonie aangeduid. Langzamerhand kreeg het woord evenwel een gewijzigde, ruimere beteekenis en is men daaronder gaan verstaan alle territoriale bezittingen en nederzettingen van een volk, als overheerschende stam, buiten zijn eigenlijk grondgebied. In dien zin is dus kolonie de algemeene naam geworden die zoowel volksplanting als bezitting omvat. Dat in de Grondwet en als gevolg daarvan ook in het Regeerings-reglement van Nederlandsch-Indiè het onderscheid is behouden, is het gevolg van sleur en vrees voor misverstand.

Zoowel in Oost- als in West-Indië hebben de Nederlandsche koloniën haren oorsprong te danken aan de ontwikkeling van den Nederlandschen handel. Het doel der eerste Oost-Indievaarders was zelfs niet het vestigen van koloniën of het maken van veroveringen, doch uitsluitend het drijven van handel. Daartoe vormden zich handelsvereenigingen, volkomen vrij en zonder eenige bemoeiing van Regeeringswege. Haar eenige wensch was vrije handel voor zich zeiven met uitsluiting van anderen. De onderlinge naijver was dan ook groot: „Ze voeren elkaar de schoenen van de voeten en het geld uit den buidel."

Door tusschenkomst van Johan van Oldenbarneveldt en van Prins Maurits vooral was het, dat aan deze scherpe concurrentie een einde werd gemaakt Besloten werd tot vereeniging der talrijke compagnieën tot één enkele. Aan deze Oost-Indische Compagnie werd bij

1) Art. 1, 61 en 62.

2) Zie ook Mr. J. de Louter. Handleiding tot de kennis van het staatsen administratief recht van Nederlandsch-Indië. 4e druk, blz. 2v.

In den hier bedoelden engeren zin kan men alleen van West-Indië als van een kolonie spreken.

Sluiten