Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in Amerika en een Gommité tot de zaken van den Oost-Indischen handel en bezittingen. Het octrooi der Oost-Indische Compagnie werd nog niet opgeheven, dit geschiedde echter wel door de Staatsregeling van 1798, die de een- en ondeelbaarheid der Bataafsche Republiek op den voorgrond stellende, ook aan deze halfslachtigheid een einde maakte. Bij deze Staatsregeling werd aan de wetgevende macht een groote invloed op het koloniaal bestuur verzekerd. Dit bestuur zelf werd opgedragen aan een Raad van Aziatische bezittingen en etablissementen voor Oost- en een Raad der Amerikaansche koloniën en bezittingen voor West-Indië.

De Staatsregeling van 1801, hoewel minder uitvoerig ten aanzien van de vereischte wettelijke regeling, bestendigde de inrichting van het koloniaal bestuur '). Die van 1805 zweeg geheel over de koloniën. De Constitutie van het Koninkrijk Holland van 1806 daarentegen droeg het bestuur der koloniën en al wat hare innerlijke regeering betrof, bij uitsluiting aan den Koning op, al zou dan ook de regeering dezer koloniën door bijzondere wetten worden geregeld en moesten de koloniale geldmiddelen voortaan deel uitmaken van de Staatsfinanciën 2).

Waren in 1802, op Ceylon na, de koloniën die grootendeels in handen der Engelschen waren gevallen bij den vrede van Amiens teruggegeven, weldra stonden zij aan nieuwe verovering bloot, en, terwijl het moederland de wisseling van Bataafsche Republiek tot Koninkrijk Holland en van Koninkrijk Holland tot onderdeel van het Fransche Keizerrijk doormaakte, werden de koloniën een voor een weder door de Engelschen in bezit genomen. Eerst ingevolge de conventie van Londen van 13 Augustus 1814 tusschen Engeland en Nederland gesloten, kreeg Nederland zijne koloniën in Amerika, Afrika 3) en Azië, met uitzondering van de Kaap de Goede Hoop, Demarara, Essequebo en Berbice terug. Ook Ceylon bleef in Engelsche handen.

De Grondwet van 1814 droeg op het voetspoor der vroegere Staatsregelingen sedert 1801 het opperbestuur der koloniën en bezittingen van den Staat bij uitsluiting op aan den Souvereinen

1) Art. 47 Staatsregeling 1801.

2) Artt. 12 en 36 Constitutie 1806.

3) Bij tractaat van 25 Februari 1871 (Zie Stsbl. 17 Maart 1872 n°. 17 is ook de kust van Guinea aan Engeland afgestaan.

Sluiten