Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van 's Konings vertegenwoordiger. Hij wordt door den Koning benoemd op voordracht van den Ministerraad. Geene betrekking, die op voordracht van den Ministerraad begeven wordt, is van zóó veel gewicht, en hangt zóó nauw samen met de staatkundige richting van het kabinet als deze, zoodat men met eenig recht zou kunnen beweren, dat hierbij, meer dan bij de andere, de verantwoordelijkheid van het geheele ministerie betrokken is, en dat de bevoegdheid der Kroon, om ambtenaren te benoemen, nergens zóózeer aan de medewerking van een verantwoordelijk Ministerie gebonden is, als bij de aanstelling van den GouverneurGeneraal. Evenzoo zou de vervanging van een Kabinet, dat de benoeming van dezen of genen tot landvoogd heeft uitgelokt, door een ander Kabinet van eene tegenovergestelde koloniale richting de aftreding van dien hoogen ambtenaar ten gevolge kunnen hebben.

Niet altijd wordt deze betrekking opgedragen aan de zoodanigen, die hunne ambtelijke opleiding niet in Indië hebben genoten. En toch zouden daarvoor verscheidene voordeelen pleiten. Vooreerst de frischheid van opvatting, welke zij missen, die van jongs af in Indie verschillende betrekkingen hebben doorloopen, en zich moeilijk kunnen losmaken van eene eenzijdige beschouwing der zaken. Verder wordt daardoor een zeker prestige bevorderd, dat zoo noodig is in eene Oostersche maatschappij met hare eigenaardige begrippen over het gezag. Dat aanzien zou niet in die mate bestaan, indien men hen, die met die aanzienlijke betrekking bekleed worden, vroeger in eene ondergeschikte betrekking had gekend, terwijl eindelijk de verhouding van den Gouverneur-Generaal tegenover degenen, die vroeger zijne chefs of zijns-gelijken waren, somtijds moeilijk zou worden.

De betrekking is hoogst gewichtig. De persoon, die haar bekleedt moet meer dan gewone talenten bezitten. Wel wordt de kring zijner bevoegdheden in het Reglement omschreven, en wordt hem eene bijzondere instructie medegegeven, maar noch het eene noch het andere kan in alle omstandigheden voorzien. Veel moet hij op eigen verantwoordelijkheid verrichten, waartoe hij eene groote mate van zelfvertrouwen noodig heeft, terwijl bovendien de kunst om te regeeren en de gewoonte van te bevelen hem niet vreemd mogen zijn. Eindelijk zal hij ook in uiterlijke vormen zich moeten onderscheiden, en dat zeker niet het minst tegenover eene bevolking, die daarop, evenals alle Oosterlingen, hoogen prijs stelt.

Sluiten