Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijne verantwoording aan den Koning neemt niet weg, dat hij over alle zaken briefwisseling en telegraphische gemeenschap houdt alleen met den Minister van Koloniën. De Grondwet brengt mede, dat de Koning is opperbestuurder, de Gouverneur-Oeneraal bestuurder. Deze ontvangt dus de bevelen van genen. Maar 'sKonings opperbestuur gaat gepaard met de ministerieele verantwoordelijkheid, en de Koning kan geen bevel geven aan zynen landvoogd, zonder medewerking van zijnen Minister. De juiste grenzen tusschen opperbestuur en bestuur zijn niet aan te geven, vooral niet in den tegenwoordigen tijd, nu de telegraphische kabel den afstand tusschen het moederland en de bezittingen in Indië aanmerkelijk verminderd heeft. Toch moet aan den landvoogd eene zekere mate van vrijheid van handelen worden toegekend; eene volkomen en in alles voorziende regeering, van het ministerieele departement uit, is en blijft zeer moeilijk. Al kunnen de voorschriften uit het moederland binnen weinige dagen den Gouverneur-Generaal bereiken, er bestaat somtijds noodzakelijkheid om oogenblikkelijk te handelen, en men is hier te lande niet altijd volkomen op de hoogte van omstandigheden, waarmede bij sommige beslissingen gerekend moet worden ')• De Gouverneur-Generaal is 'sKonings plaatsvervanger; dientengevolge wordt hem een groot deel van de bevoegdheden, die ook den Koning toegekend zijn, opgedragen. Zoo bezit hij het recht van oorlog te verklaren aan, en vredes- en andere tractaten te sluiten met Indische vorsten, onder verplichting om zich te gedragen naar de bevelen des Konings, die van zijne zijde, naar den eisch van art. 58 en 59 der Grondwet daarvan mededeeling moet doen aan de Staten-Generaal 2). Zoo is hij opperbevelhebber der land- en zeemacht. Zoo bezit hij het recht van gratie, onder verplichting, om daarover advies te vragen van het hoogste rechtscollege in Indië,

146 v. Sedert de strafbepalingen uit deze wet zijn gelicht en de daarin vervatte strafbare feiten als zoodanig in het Wetboek van Strafrecht zijn opgenomen, is het betwistbaar of de bepalingen van art. 38 Regeeringsreglement nog strafrechtelijke sanctie bezitten.

1) Reeds de commissie voor de Grondwets-herziening van 17 Maart 1848 merkte op: „Naar ons inzien moet het bestuur in de koloniën vrijer en onbeperkter zijn, dan het bestuur hier te lande. Wij zijn zelfs genegen te denken, dat aan de macht van den Gouverneur-Generaal meer ruimte moet worden gelaten, dan sedert eene reeks van jaren wellicht het geval was. Maar er dient regel, orde en recht ook in de koloniën te heerschen."

2) Zie boven bladz. 120 v. en 131 v.

41

Sluiten