Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan eiken regent is een patih toegevoegd, door wien hij zijne bevelen laat overbrengen aan de mindere hoofden en die voor de uitvoering zorg draagt, en den regent bij ziekte of afwezigheid vervangt.

De regenten zijn „de schakel, die het Europeesch bestuur met het inlandsche verbindt; en daar zij door hunne afkomst en betrekking eenen zeer grooten invloed op de bevolking uitoefenen, zijn zij voor ons bestuur hoogst gewichtige personen, wier goede gezindheid men steeds moet trachten te behouden, of te vermeerderen, en bij wier keuze met groote omzichtigheid moet worden te werk gegaan" !).

Zij ontvangen eene bezoldiging van het Nederlandsch gouvernement, die naar gelang van de belangrijkheid van het regentschap verschilt 2). Sommigen bezaten ook vroeger landerijen (apanages of ambtelijk landbezit), die hun van gouvernementswege werden toegekend, om met de opbrengst daarvan hun inkomen te vermeerderen. Bij ordonnantie van den Gouverneur-Generaal van 26 Sept. 1867 (Ind. Stbl. n°. 122) is dit ambtelijk landbezit afgeschaft. Tevens werden daarbij de persoonlijke diensten (pantjèndiensten) en de leveringen, door de bevolking aan de hoofden te verstrekken, beperkt en straf bedreigd tegen knevelarij.

Op grond van art. 57 Reg.-Regl. dat herziening voorschrijft van de verordeningen, persoonlijke diensten betreffende, eens in 5jaren, is op enkele punten de bestaande regeling eenige malen gewijzigd, totdat op de Indische begrooting voor 1882 een post werd uitgetrokken, om tot de opheffing der zoogenaamde pantjèndiensten en van een gedeelte der overige heerendiensten te geraken. In plaats der pantjèndiensten (die alleen zijn gebleven ten behoeve der dorpsbestuurders) wordt nu aan elk inlandsch hoofd of ambtenaar f 60 per jaar toegekend voor iederen heerendienstplichtige op wiens hulp zij vroeger aanspraak mochten maken 3). Dit geld wordt verkregen

1) Dr. J. J. de Hollander, Handleiding bij de beoefening der land- en volkenkunde van Nederlandsch Oost-Indië, om- en bijgewerkt door B. van Eek, 1895, Dl. I, blz. 370.

2) Zie Kol. Ordonn. 28 Sept. 1867 (Ind. Stbl. n«. 125), 10 September 1870 (Ind. Stbl. n». 124) en 18 Jan. 1888 (Ind. Stbl. n». 23).

3) Zie Kol. Verslag 1882, blz. 72 en Kol. Ordonn. van 17 Mei 1882. (Ind. Stbl. N°». 136 en 137).

Sluiten