Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is voor 1908 geraamd op ƒ940.000. De patentbelasting, de verponding en het zegelrecht resp. op/" 1.149.000, ƒ2.200.000enf 1.337.000. De opbrengst der belastingen op Java en Madoera geheven op het slachten van runderen, buffels, paarden en veulens en op het slachten van varkens wordt op f 1.962.000 te zamen geraamd, terwijl het totaal der geschatte bedragen voor de bijzondere belastingen in de Buitenbezittingen f 2.649.800 uitmaakt. Als voorbeelden dezer bijzondere belastingen noemen wij: hoofdelijke belastingen geheven in Benkoelen , de Lampongsche distrikten, in de binnenlanden der residentie Palembang, op Billiton, op Borneo, Celebes, Amboina, lernate, belastingen voor het aanleggen en onderhouden van wegen (afkoop van arbeid voor onderhoud), afkoop van heerendiensten enz.

Onder de inkomsten van Nederl.-Indië nemen die, welke uit de op hoog gezag ingevoerde cultures voortspruiten, eene belangrijke plaats in. Wij zullen daaraan zoowel als aan den agrarischen toestand en de heerendiensten, eene bijzondere paragraaf wijden.

Verder trekt het Gouvernement nog inkomsten uit sommige monopoliën, bijv. den zout-aanmaak. Er mag op Java en Madoera en verschillende der Buitenbezittingen geen ander zout worden verkocht dan hetwelk door het gouvernement wordt gemaakt en geleverd. Hiervan is echter uitgezonderd het zout dat afkomstig is uit de modderwellen van Grobogan (afd. van de residentie Semarang), het zout dat in de Vorstenlanden wordt gemaakt en op de tot het gouvernement Sumatra's Westkust behoorende eilanden; maar het debiet hiervan is tot deze gewesten en residentiên beperkt. Slechts in enkele havens, voornamelijk van Sumatra, is invoer van zout, tegen betaling van invoerrechten toegelaten.

Evenzoo zijn alle bosschen op Java — met uitzondering in de Vorstenlanden — die niet aan bijzondere personen zijn afgestaan, eigendom van den Staat, en worden zij van gouveinementswege beheerd '). Vooral ten opzichte van het djati-hout is bijzondere oplettendheid den Gouverneur-Generaal opgedragen. Hij moet zorgen voor de handhaving van de rechten des Rijks, voor het instandhouden of uitbreiden dier bosschen, en voor de regeling van den houtkap 2).

1) De laatste regeling van het beheer en de exploitatie der bosschen is te vinden in Ind. Stbl. 1807 n°. 67 gew. Ind. Stbl. 1901, n°. 208 en 1902 n». 169.

2) Reg.-regl. art. 61.

Sluiten