Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op de begrooting voor 1903 worden de uitgaven geraamd:

Ie hoofdstuk (in Nederland) f 34,315,760

IIe „ (in Nederl.-Indië) „ 131,730,605

te zamen . . . f 166,046,365

Het Ic hoofdstuk der middelen raamt de ontvangsten in Nederland op f 28,325,315

Het IIe hoofdstuk die in Indië „ 125,738,625

te zamen . . . f 154,063,940 Zoodat op deze begrooting een tekort bestaat van bijna 12 millioen.

Wat de bijdrage van Nederlandsch-Indië aan de middelen tot dekking van 's Rijks uitgaven betreft, deze post reeds geruimen tijd voor memorie uitgetrokken zal, gelijk wij reeds boven zagen, met de begrooting voor 1904 voorgoed verdwijnen. Vroeger werden de Indische baten beschouwd als geheel ten voordeele van de Nederlandsche inkomsten bestemd, en daarom moest alles wat op de Indische administratie overschoot in 's lands kas overgebracht worden. Dit stelsel was algemeen bekend onder den naam van het batig-slot-stelsel. Hoe aanzienlijker het batig slot was, hoe voordeeliger men het achtte; maar om het dan ook tot eene aanmerkelijke hoogte op te drijven, verwaarloosde men ten eenenmale de belangen van Indië. Er was een tijd, dat de Indische regeering gedwongen werd aan de dringende eischen naar uitbreiding dier saldo's te voldoen, en dat geene uitgaven in het belang der Oost-Indische bezittingen werden toegestaan, dan waarvan de onvermijdelijke en dringende noodzakelijkheid overtuigend bewezen was. Hiervan was het gevolg, dat Indië stiefmoederlijk werd behandeld, en Nederland van de op die wijze verkregene saldo's 150 millioenen kon besteden aan zijne eigene spoorwegen, en de herziening van zijn belastingstelsel geheel uit het oog verloor.

De toestand is echter sedert zeer veranderd. Vooreerst heeft men meer het oog gevestigd gehouden op de belangen van Indië zelf. Aan de behoeften, die daar luide spraken, werd eenigermate te gemoet gekomen, en men bracht voor het moederland alleen in rekening wat het als koloniale mogendheid moest uitgeven. Daardoor kromp het saldo aanmerkelijk in, terwijl de politieke omstandigheden van den lateren tijd, vooral de kostbare oorlog tegen Atjeh, sedert 1876 het saldo geheel in beslag namen.

Met een enkel woord hebben wij reeds er op gewezen, hoe in den loop der tijden de denkbeelden ten aanzien van de verhouding

43

Sluiten