Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschied, alleen versterking vinden van haar overtuiging, dat als Indië nood lijdt, het moederland naar vermogen van eigen kracht behoort hulp te verleenen; hulp, die dan niet haar grond vindt in de aanvaarding van eene verplichting tot restitutie, maar in de erkenning van eene zedelijke roeping van het moederland tegenover de koloniën en van de beteekenis van den toestand der koloniën voor het geheele Rijk."

Ten slotte teekenen wij met betrekking tot het muntstelsel dat in Nederl. Indië wordt toegepast, hier nog aan, dat de wet van 1 Mei 1854 (Stbl. n°. 75), aangevuld door de wetten van 24 December 1857 (Stbl. n°. 173) en van 28 Maart 1877 (Stbl. n°. 42), aan het voorschrift van het 3® lid van art. 61 der Grondwet heeft voldaan »).

Evenals in Nederland bestaat thans in Indië de hinkende standaard 2). De rekeningseenheid van het muntstelsel is ook hier de gulden, verdeeld in 100 centen. Gouden standpenning is het tien guldenstuk, zilveren standpenningen zijn: de gulden, de halve gulden en de rijksdaalder, zilveren pasmunten: het kwartje, het dubbeltje en de stuiver; koperen: de cent, de halve cent en het stuk van twee en een halven cent. Negotiepenningen zijn de gouden ducaat en de dubbele gouden ducaat. Voor particuliere rekening kunnen slechts de gouden standpenningen en de negotiepenningen (die geen wettig betaalmiddel zijn), worden aangemunt. Mexicaansche dollars worden niet meer in 's lands kassen aangenomen, vroeger (voor 1885) was dit op enkele door den Gouverneur-Generaal bij algemeene verordening aangewezen plaatsen wel het geval. Sedert 1900 zijn op geheel Java en Madoera de duiten, die daar nog altijd in strijd met de wet in omloop waren, buiten gebruik gesteld 3).

§4. De op hoog gezag ingevoerde cultures en het consignatiestelsel. — De agrarische toestand. — Het mijnwezen. — De heerendiensten.

a. De op hoog gezag ingevoerde cultures en het consignatiestelsel.

Onder de inkomsten van Nederlandsch-Indië nemen die, welke uit de op hoog gezag ingevoerde cultures voortspruiten nog eene

1) Art. 61, 3® lid (G.W. 1848, art. 59 3e lid). Het muntstelsel wordt door de wet geregeld.

2) Zie boven bladz. 264.

3) Wet van 22 Juli 1899, Stbl. n°. 178.

Sluiten