Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In 1885 (Ind. Stbl. n°. 102) is eindelijk een regeling getroffen van de wijze waarop het communaal bezit in de gouvernementslanden op Java en Madoera, wat de bouwgronden betreft, kan worden veranderd in erfelijk individueel bezit. Om tot de verdeeling over te gaan, moeten ten minste drievierden der gerechtigden de verandering wenschen. Bij de verdeeling moet ieder gerechtigde een aandeel bekomen, terwijl, waar het dorpsbestuur apanagevelden heeft, daarvoor een gelijk deel afgezonderd moet blijven. Toch gaat deze overgang zeer langzaam. Het Koloniaal Verslag over 1901 deelt mede, dat in dat jaar geen conversie plaats vond.

De kadastrale opneming van Java wordt geregeld voortgezet. De taak van het kadaster omvat o. m. het vervaardigen van kaarten van hoofdplaatsen van gewesten en afdeelingen op Java en Madoera; het vervaardigen van kaarten van de overige gedeelten van Java en Madoera (met uitzondering van de Vorstenlanden), dit laatste evenwel met dien verstande, dat de grenzen der individueel bezeten gronden alleen dan op de kaarten worden gebracht, wanneer op die gronden een zakelijk recht is gevestigd (zie voor de regeling van het kadaster Ind. Stbl. 1879 n°. 164 en 1884 n°. 21). Bij Ind. Stbl. 1875 n°. 183, gew. 1878 n°. 104, zijn eenige algemeene voorschriften vastgesteld betreffende de kadastrale metingen.

c. Het mijnwezen.

De eigendom van den grond bevat in zich den eigendom van hetgeen op en in den grond is. Onder den grond mag de eigenaar naar goedvinden bouwen en graven, en uit dat graven alle vruchten trekken, welke dit kan opleveren, behoudens de wijzigingen uit de wetten en verordeningen van politie op het stuk der mijnen voortvloeiende (art. 571 B. W. v. N. I.)

Het Regeerings-reglement bevat slechts in art. 60 een algemeene aanmoediging voor den Gouverneur-Generaal, om zorg te dragen dat aan nuttige bedrijven geen noodelooze belemmeringen in den weg worde gelegd.

De mijnbouwkundige opsporingen (op terreinen bij anderen in gebruik) en de uitgifte van concessiën tot mijnontginning werden langen tijd beheerscht door de bepalingen van het Koninklijk besluit van 2 September 1873 (Ind. Stbl. n°. 217a) gewijzigd 22 April 1892

Sluiten