Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den heerendienstplicht, met de daaraan verbondene vrijstellingen;

2°. verdeeling der heerendienstplichtigen in klassen;

8°. vereenvoudiging en regeling der nog overblijvende diensten;

4°. vaststelling van het aantal dagdiensten dat van een heerendienstplichtige mag gevorderd worden;

5°. verbetering van de bestaande controle op de heerendiensten.

Ten slotte werden de desadiensten geregeld, hetgeen noodig was om te voorkomen, dat de heerendiensten te hunnen koste werden vereenvoudigd.

Alhoewel het Regeerings-reglement in artikel 57 de regeling door den Gouverneur-Generaal voorschrijft van de persoonlijke diensten en onder deze, blijkens de behandeling der ontwerpen van wet, welke tot dat reglement geleid hebben, verstaat zoowel heerenals gemeentediensten, waren de laatste tot nog toe ongeregeld gebleven en had de Indische administratie steeds gedaan alsof onder de persoonlijke diensten, in artikel 57 bedoeld, alleen begrepen moesten worden de heerendiensten, terwijl de gemeentelijke diensten werden gebracht tot artikel 71, 2de alinea, luidende: „aan die (n.1. inlandsche) gemeenten wordt de regeling harer huishoudelijke belangen gelaten, met inachtneming der van den GouverneurGeneraal of van het gewestelijk gezag uitgegane verordeningen."

De heilige vrees, die tientallen van jaren bij Regeering en ambtenaren had bestaan voor bemoeiing met de huishoudelijke aangelegenheden van de desa, maakte, dat het laatste lid van de 2de alinea van artikel 71 een doode letter bleef en, behoudens enkele weinige uitzonderingen, niemand de desadiensten durfde aantasten en regelen evengoed als de heerendiensten. Daardoor konden dergelijke misbruiken ontstaan, zooals bij het onderzoek aan den dag zijn gekomen, en was veelal de verlichting van heerendiensten een wassen neus, omdat er eene verzwaring van desadiensten tegenover stond.

Tijdens het heerendienst-onderzoek bestond nog deze vrees, alhoewel minder dan vroeger, en waren daardoor de handen gebonden. Evenwel, toen bewezen was, dat men geen heerendiensten kon regelen zonder tevens de desadiensten te begrenzen, werd bepaald, dat deze laatste zouden geregeld, althans begrensd worden, door de residenten in overeenstemming met den inspecteur belast met de leiding van het onderzoek, terwijl van de beschikkingen afschriften zouden gezonden worden aan de Regeering.

Aldus werden gewestelijke regelingen ontworpen betreffende: de

Sluiten